12 december 2011

Nieuw! Biologische klok applicatie online en mobiel voor Predictor

De afgelopen maanden is er hard gewerkt aan een unieke applicatie online en mobiel voor Predictor.

Hoe werkt de applicatie?

In je persoonlijke kalender (www.predictor.nl/zwanger-worden/online-biologische-klok) zie je wanneer je vruchtbare periode, ovulatie en menstruatie plaats gaat vinden. Als je graag je gegevens wilt bewaren, is het mogelijk om jouw persoonlijke kalender op te slaan. Zo krijg je over een langere periode inzicht in je cyclus.

Wil je je biologische klok altijd bij je hebben?
Download dan de gratis iPhone app itunes.apple.com/tw/app/mijn-biologische-klok/id482014442, de inloggegevens voor de app en de online versie van 'Mijn Biologische Klok' zijn gelijk.

Wil je een bericht ontvangen wanneer je vruchtbare periode begint? Stel dan de berichtgeving in en ontvang iedere maand automatisch en discreet een bericht.

Het is een unieke combinatie van online met mobiel waar we hoge verwachtingen van hebben. Daarnaast hebben onze search specialisten ervoor gezorgd dat op de zoekopdracht 'biologische klok' de Predictor site op No1 in Google staat. Dit levert honderdduizenden bezoeken per jaar op.

Meer weten?
Bel 040-28 515 25 en vraag naar Jeroen Valkenburg

11 juli 2011

Facebook in Nederland meer gebruikers dan Hyves

Bron: Marketing Facts
Facebook in Nederland meer gebruikers dan Hyves
Danny Oosterveer| @DannyOosterveer
donderdag 7 juli 2011


Facebook heeft meer gebruikers dan Hyves in Nederland. Aldus onderzoek van het Nederlandse Newcom Research (N=8.431) dat enige tijd terug werd gepubliceerd. Om wat meer te weten te komen over het onderzoek heb ik inzicht gehad in het volledige rapport van Newcom. In dit artikel zoom ik wat dieper in op dit onderzoek. Belangrijkste conclusie van het onderzoek is dat Facebook met 4.979.000 gebruikers groter is dan Hyves, dat 4.854.500 gebruikers telt. Daarbij is het aantal mensen dat Hyves “gebruikt heeft maar nu niet meer” twee keer zo groot (16 procent vs. 7 procent) als bij Facebook. In dagelijks gebruik is te zien dat Facebookers actiever zijn. Zo’n 44 procent van de Facebook gebruikers gebruikt het sociale netwerk elke dag, tegenover 34 procent van de Hyvers.

Ook heeft Newcom de overlap onderzocht. Zo blijkt dat 64 procent van de Hyves gebruikers ook Facebook gebruikt. Andersom gebruikt 62 procent van de Facebookers ook Hyves. Bijzonder vind ik het dat YouTube het meest populaire platform is in Nederland als je kijkt naar de gebruikersaantallen. Zo’n 6,1 miljoen Nederlanders maken gebruik van Google’s video platform. Het hoge aantal is deels te verklaren doordat Newcom zowel gebruikers met een account als gebruikers die alleen filmpjes bekijken meerekent. Verder is opvallend hoeveel gebruikers Schoolbank links laten liggen. Op dit moment zijn er meer afhakers (28 procent) dan gebruikers (18 procent).

Wat ik daarnaast niet verwacht had is het lage percentage gebruikers dat Twitter heeft gebruikt maar is afgehaakt. Twitter kent toch een behoorlijke ‘learning curve’, maar blijkbaar weegt de populariteit van het sociale medium daar toch tegenop. Het percentage afhakers (5 procent) ligt lager dan die van zowel Hyves, Facebook als YouTube. Het mag geen verrassing zijn dat Twitter gebruikers de meest actieve zijn, bijna de helft van hen twittert dagelijks.

Demographics: Mannen, vrouwen & sociale netwerken
Van de sociale netwerken maken meer vrouwen dan mannen gebruik. Van alle vrouwen in Nederland maakt 48% gebruik van Facebook. Van de Nederlandse mannen is ‘slechts’ 32% actief op Facebook. Soortgelijke getallen zien we ook bij Hyves, namelijk 49% van alle vrouwen en 29% van alle mannen is te vinden op Hyves. Bij YouTube en Twitter is de balans wel 50/50. Van LinkedIn maken meer mannen gebruik (56 procent). Hetzelfde geldt voor Flickr (61 procent) en Schoolbank (57 procent).

Leeftijd op Hyves & Facebook
Mijn belangrijkste kritiek toen ik van het onderzoek hoorde was dat gebruikers van onder de 15 niet zijn meegenomen. Wat ik in mijn omgeving merk is dat juist veel junge leuten Hyves gebruiken. Daardoor zouden de resultaten van dit onderzoek meer naar Facebook kunnen neigen. Wanneer we kijken naar de splitsing per leeftijd is het Hyves gebruik van 15-20 jarigen inderdaad hoger dan voor Facebook. Het verschil is echter niet heel groot (73 procent Facebook vs. 68 procent Hyves). Ook 80+ gebruikers maken meer gebruik van Hyves dan Facebook. Erg jammer dat <15 niet is meegenomen.  

Gebruikerskenmerken
Daarnaast vertelt het onderzoek nog van enkele feiten hoe de sociale media worden gebruikt. Zo heeft 36 procent van de sociale media gebruikers nieuwe kennissen opgedaan, 30 procent heeft er intensere familiebanden aan overgehouden en 26 procent nieuwe kennis opgedaan binnen hun vakgebied. Wanneer we kijken naar de activiteiten van gebruikers zien we dit ook terug. 45 procent onderhoudt vriendschappelijke contacten, 41 procent bekijkt profielen van anderen en 37 procent stuurt rechtstreeks berichten naar anderen. Verder worden rich media (foto’s/video’s) veel bekeken, maar is het deelgedrag onder respondenten zelf juist weinig populair. Grote ergernissen zijn het uitnodigen van mensen die je niet kent (54 procent), de hoeveelheid advertenties (31 procent) en slecht taalgebruik (23 procent). Qua consumentenvertrouwen voor de toekomst schaart Hyves zich tussen Schoolbank en MySpace. Geen goed teken. YouTube, Facebook, LinkedIn en Twitter kunnen wel op veel vertrouwen rekenen.

Onderzoeksopzet
In totaal zijn er 8.431 respondenten benaderd. De doelstelling van Newcom was een landelijk representatieve sample voor Nederlanders van 15 jaar en ouder met internettoegang. 80 procent van de Nederlandse bevolking is 15 jaar of ouder, en 90 procent heeft toegang tot internet (Eurostat, PDF). 8.030 respondenten hebben het onderzoek via internet ingevuld, en 401 zijn er telefonisch benaderd. Bovenstaande statistieken zijn het resultaat van self reported behaviour. Hier bestaat in mijn ogen ook nog het gevaar van social desirability. Wanneer er al veel geroepen wordt dat Hyves “niet meer cool is”, zeg je als consument minder snel dat jij wel veel vertrouwen hebt in Hyves. Voor Facebook geldt het omgekeerde, dat kent juist een booming karakter in Nederland. Blijft de vraag hoe kritisch je hierop moet zijn omdat je dit hier niet onderuit komt bij enquêtes. Belangrijk blijft dat de groep van onder de 14 jaar niet is meegenomen.

27 april 2011

10 bedrijven die Facebook snappen

Veel bedrijven hebben wel een Facebookpagina, maar komen hiermee niet verder dan persberichten plaatsen. De volgende tien bedrijven begrijpen Facebook wel. 'Je moet altijd iets meegeven.'

Facebookfans kunnen waardevol zijn voor je bedrijf. Mensen vinden jouw merk of product blijkbaar zo leuk dat ze het met al hun vrienden willen delen. Om al deze mensen (en toekomstige nieuwe fans) een leuke ervaring te geven op jouw bedrijfspagina, kun je zoveel meer doen dan enkel een RSS-feed inladen. Sinds de codeertaal Facebook Markup Lanugage (FBML) is afgeschaft, is het gemakkelijk om pagina's op te maken in HTML, Javascript en CSS. Een overzicht van tien Nederlandse bedrijven die 'innovatief' omgaan met hun Facebookpagina's. Al blijkt ook uit deze lijst dat zelfs de grootste bedrijven wat te leren hebben op sociaal mediagebied.

Bekijk de top 10 op SPROUT

Semdesk (linkbuilding) meets socialdesk (likebuilding)

Facebook lanceerde een jaar geleden de Open Graph-API die de ‘Vind ik leuk-knop’ naar een keur van externe websites verspreidde. Hiermee zette de sociale netwerksite een flinke stap richting het semantische web.

De inmiddels welbekende ‘like-knop’ geeft gebruikers de mogelijkheid om bepaalde content, bijvoorbeeld een blogpost of een nieuwsbericht, in hun Facebook-feed op te nemen. Andersom kunnen merken en site-eigenaren hiervan profiteren door demografische data te verzamelen over bezoekers van hun site.

In de praktijk betekent dit dat een site als bijvoorbeeld NU.nl, afhankelijk van de data die de uitgever zou delen, terugkomt in gebruikersprofielen, zoekresultaten en feeds op Facebook.

De knop staat een jaar later op veel van de volgens ComScore grote sites.

In tegenstelling tot een soortgelijke dienst van een derde partij, zoals AddThis, kan de gebruiker met de knop van Facebook met een enkele klik de content delen. Daarbij is er nog de optie om zelf commentaar toe te voegen aan de gedeelde url.

Ook Google lanceerde onlangs een eigen knop waarmee zoekresultaten op een sociale manier gedeeld worden. Deze +1-knop geldt niet alleen voor de natuurlijke zoekresultaten, maar ook voor Google-advertenties.

Reynder Bruyns, SEO Manager bij Netsociety, kaartte vandaag in een ander Emerce-artikel het fenomeen Like building aan. Volgens Bruyns het nieuwe link building: “Nu Google likes en followers meeneemt in hun algoritme voor de zoekmachine maakt dat bedrijven hun social media strategie op orde moeten hebben.”

Het web dat voornamelijk wordt gedomineerd door hyperlinks, waarmee zoekmachines als Google hun voordeel doen, schuift meer en meer op naar een omgeving die wordt aangedreven door sociale verbanden. Gebruikers geven aan welke interesses ze hebben en welke content zij bij hun vrienden of andere contacten onder de aandacht willen brengen.

Bron EMERCE Facebook ‘Like-knop’ blaast eerste verjaardagskaars uit

07 maart 2011

Partout werk te zien op het Social Media congres 2011

In de 2e helft van de presentatie door Hyves op het Social Media Congres 2011 in het onderdeel online to offline wordt ons werk voor Weleda getoond als succesvol voorbeeld van een koppeling naar het winkelschap samen met cases van Vodafone, Pickwick en Hi.. niet slecht voor een bureau uit pittoreske Geldrop ;)

Partout werk te zien op het Social Media Congres 2011: bekijk de video
http://vimeo.com/20289437.

Website voor moeders en kids: Bakkenvooreenfeestje.nl

Website voor moeders en kids: Bakkenvooreenfeestje.nl
Thu 10 February 2011 15:35, Eline Kwantes, 4234 views Online
Bron: Dutchcowgirls.nl - Eline Kwantes

Sinds het jaar 2010 is Dr. Oetker online actief met het platform Bakkenvooreenfeestje.nl. De website is ontwikkeld om het samen bakken van taartjes, cakes, enzovoort te promoten en kinderfeestjes en trakteren op school nóg leuker te maken.

De website is erg kleurrijk en staat boordevol leuke tips voor moeders, om samen met de kids (4-10 jaar) inspiratie op te doen voor een gezamenlijke baksessie.

De website Bakkenvooreenfeestje.nl is erg overzichtelijk, mede door de duidelijke navigatie. Je vindt er ontzettend veel ideeën om lekkere dingen te gaan bakken. Als je de site bezoekt krijg je daar ook meteen zin in! Nou ja, ikzelf in ieder geval wel.

Slim bedacht is de navigatie van de subonderdelen, zoals traktaties, knutselideeën en kinderfeestjes. Je kunt niet alleen door de content browsen door te klikken op leuke afbeeldingen, maar ook door een thema te kiezen en/of de leeftijd van je kind. De traktaties voor een kind van 4 jaar zijn natuurlijk heel anders dan die voor kids van een jaar of 8.

De makers zeggen zelf trouwens dat de navigatie inderdaad een belangrijk aandachtspunt was, wat uit een gebruikersonderzoek naar voren kwam. Hierover zeggen zij: "Wat een eye-opener was, is dat de hoofdnavigatie zo beperkt mogelijk moest zijn om het zoeken te vergemakkelijken. We bieden nu drie hoofdingangen aan. (...) Het is echt functionele site geworden die ontzettend makkelijk zoekt."

Wat ook leuk is qua content, zijn de printouts die je kunt gebruiken voor je feestje of traktaties. Bijvoorbeeld als je een ridderfeestje geeft, kun je zulke zwaardjes uitprinten voor op je cakeje. Of voor je uitnodiging.

De website inspireert moeders niet alleen door het 'zenden' van informatie, je kunt ook zelf meedoen. Zo kun je bijvoorbeeld jouw feest-ideeën ook insturen naar de website of de gepubliceerde ideeën beoordelen.

Super interactief is de site echter niet, maar het doet precies wat het zou moeten doen. En dat is prima.

Waarom is deze site nu eigenlijk opgezet? Mijn idee is natuurlijk dat het de bakproducten van Dr. Oetker zou moeten promoten. Maar, er is meer. De merken vonden dat er eigenlijk nog geen écht goede platforms rondom het onderwerp trakteren en kinderfeestjes bestonden. Ik vroeg naar de reden achter het platform, aan Joost van den Berg, brandmanager Dr. Oetker.

Voornamelijk is het idee ontstaan vanuit een behoefte in de doelgroep: "Uit de vele onderzoeken die we doen kwam heel vaak naar voren dat moeders traktaties maken voor hun kinderen heel belangrijk vonden. Heel veel moeders zagen daar echter ook wel tegen op. Ze misten inspiratie en wisten vaak niet wat dit jaar weer te maken. Op onze eigen website (www.oetker.nl) zagen we dat 'kindertraktaties' één van de best bezochte pagina's was. Ook als zoekwoord op google zagen we dat hier een enorme behoefte lag."


En daarop volgend speelde de gedachte mee dat het bestaande aanbod niet voldoet aan die behoefte: "Het aanbod was echter nogal gefragmenteerd. Wat ons betreft kon dit beter, en waren wij er van overtuigd dat hij deze sterke behoefte goed konden invullen."

Misschien herinner je je nog, dat Dr. Oetker en Koopmans zich in 2008 en 2009 gezamenlijk op de kinderdoelgroep richtten met het concept Hieperdepiep. Dit was een samenwerking met Nickelodeon, waar kinderen onder andere online actief met het thema bakken bezig konden zijn. Belangrijk onderdeel hierin was de website Hieperdepiepgame.nl, in 2008 zelfs genomineerd voor een Gouden Apenstaart.

Waarom doen ze dat eigenlijk niet meer? Joost zegt hierover: "Bakkenvooreenfeestje.nl speelt iets meer in op de ouders. Zoals we gezien hebben is traktaties maken echter ook een samenspel tussen moeder en kind. Een ander verschil is dat we met Hieperdepiep sterker onze merken naar voren hebben gebracht. Bij bakkenvooreenfeestje.nl hebben we er voor gekozen iets minder prominent aanwezig te zijn en meer een algemene site te maken die bakken promoot."
Nu vraag je je vast ook af hoeveel deze site bezocht wordt. Helaas wil het bedrijf dit niet prijsgeven. Wat brandmanager Joost wel zegt hierover: "Wel kan ik aangeven dat we zeer tevreden zijn, we hebben de website natuurlijk SEO gebouwd en dit begint zich nu aardig uit te betalen. We zien de bezoekersaantallen maandelijks verdubbelen/verdrievoudigen en soms zelf nog meer dan dat. Wat dat betreft denken we daarom nog veel meer te kunnen bereiken dan we nu zien." Nou, ik ben benieuwd!

www.bakkenvooreenfeestje.nl/

02 februari 2011

Telecommunicatie wet en de OPTA

De Onafhankelijke Post en Telecommunicatie Autoriteit (OPTA) krijgt structureel klachten van mogelijke overtreding van artikel 11.7 van de Telecommunicatiewet (Tw). De klachten komen van consumenten en bedrijven die telefonisch, per e-mail of fax ongevraagd zijn benaderd voor de verkoop van producten of diensten. Of voor het werven van donateurs en donaties.

De adverteerders die deze consumenten en bedrijven benaderen, blijken gebruik te maken van via (online) prijsvragen en enquêtes verkregen contactgegevens. Het gebruik van contactgegevens die via dergelijke wegen zijn verkregen, kan in strijd zijn met artikel 11.7 Tw. Bovendien leidt het tot grote irritatie bij consumenten en bedrijven. OPTA zal daarom scherp blijven toezien op naleving van artikel 11.7 Tw. Waar nodig treft OPTA gepaste maatregelen.

Maakt uw bedrijf gebruik van via (online) prijsvragen en enquêtes verkregen contactgegevens voor direct marketing doeleinden? Dan wil OPTA u (wellicht ten overvloede) artikel 11.7 Tw toelichten. Voor de duidelijkheid: eventuele toekomstige overtredingen en overtredingen in het verleden evengoed door OPTA worden onderzocht en gesanctioneerd.

Heeft u na het lezen van deze informatie nog vragen? Kijk dan op de website van OPTA (www.opta.nl) of neem contact op met OPTA via telemarketing@opta.nl (voor vragen over telemarketing) of spamaanbedrijven@opta.nl (voor vragen over spam).

OPTA adviseert niet vooraf tot in detail hoe de wet nageleefd dient te worden in concrete gevallen. Dergelijke adviezen zijn immers afhankelijk van de (volledigheid) van de aangebrachte vragen. Hierdoor zou OPTA op basis van een deel van de informatie wellicht een oordeel kunnen geven, dat met meer informatie in een later stadium onjuist kan blijken.

Toelichting artikel 11.7 van de Telecommunicatiewet

Hier volgt een uitleg van de regels van artikel 11.7 van de Telecommunicatiewet voor telemarketing en het overbrengen van ongevraagde communicatie met gebruik van automatische oproepsystemen, zoals e-mail, fax en sms.

Telemarketing
Artikel 11.7, vijfde tot en met dertiende lid, van de Telecommunicatiewet is van toepassing op het ongevraagd telefonisch benaderen van consumenten voor een commercieel, ideëel of charitatief doeleinde. Hieruit volgt dat bedrijven en organisaties het Bel-me-niet Register moeten raadplegen voordat zij consumenten ongevraagd telefonisch benaderen. Daarnaast moet hen in elk telefonisch gesprek actief het recht van verzet aangeboden worden. Ook moet de consument de mogelijkheid worden geboden zich direct en kosteloos in te schrijven in het Bel-me-niet Register.

De verplichting om het Bel-me-niet Register te raadplegen geldt altijd. Ook wanneer de contactgegevens zijn verkregen via (online) prijsvragen of enquêtes, waarbij consumenten door het accepteren van de algemene voorwaarden of een privacystatement (impliciet) toestemming geven voor het gebruik van hun contactgegevens. In dat geval is er nog steeds sprake van ongevraagde communicatie en moeten de verkregen contactgegevens gecontroleerd worden bij het Bel-me-niet Register. Wanneer de contactgegevens van een abonnee in het register zijn opgenomen, mogen die niet gebruikt worden voor telemarketing.

Alleen als een consument uitdrukkelijk en ondubbelzinnig verzoekt om communicatie is het niet nodig het register te raadplegen.

‘Uitdrukkelijk’ betekent in dit verband dat de consument zelf en op eigen initiatief voor iedere afzonderlijke communicatie op bijvoorbeeld een webformulier een kruisje zet of ‘ja’ invult of een antwoordkaart invult en terugstuurt.

‘Ondubbelzinnig’ betekent dat de consument weet waar hij ‘ja’ tegen zegt en dus tenminste bekend moet zijn met de naam van het bedrijf of de organisatie en het onderwerp van het gesprek.

Maar let op: Ook als de consument zelf verzoekt om communicatie, moet in elk telefonisch gesprek nog steeds actief het recht van verzet aangeboden worden. En ook dan moet de consument de mogelijkheid worden geboden zich direct en kosteloos in te laten schrijven in het Bel-me-niet Register.

Spam
Artikel 11.7, eerste tot en met vierde lid, van de Telecommunicatiewet is van toepassing op het verzenden van ongevraagde communicatie voor commerciële, ideële of charitatieve doeleinden aan consumenten of bedrijven door middel van automatische oproepsystemen, faxen en elektronische berichten zoals e-mail of sms.

Het verzenden van dergelijke ongevraagde communicatie mag alleen als de verzender vooraf beschikt over toestemming van de ontvanger. Deze toestemming is alleen geldig als de ontvanger goed geïnformeerd is en op eigen initiatief specifiek toestemt. Toestemming via algemene voorwaarden, een privacy- en/of permission statement is niet geldig.

Zie in dit verband ook:

Verder moet de ontvanger ook kunnen zien van wie de berichten afkomstig zijn. En er moet worden vermeld hoe en bij wie hij zich kan afmelden, als hij geen prijs meer stelt op ontvangst van de berichten.

01 december 2010

Word of mouth effectiever bij abstract taalgebruik

23/11/2010 Mond-tot-mond-reclame is belangrijk bij aankoopbeslissingen. In haar proefschrift Language Abstraction in Word of Mouth kijkt Gaby Schellekens naar het taalgebruik van consumenten wanneer zij hun ervaringen met producten beschrijven.

Schellekens concludeert dat abstracte beschrijvingen meer invloed hebben dan concrete. Dit ligt niet aan het feit of de uitspraak positief of negatief is, maar hoe werkwoorden en naamwoorden worden gebruikt. Neem als voorbeeld: ‘Het T-shirt is verkleurd’ heeft minder effect dan ‘het T-shirt is van slechte kwaliteit’.

Schellekens’ onderzoeksresultaten laten ook zien dat consumenten meer abstracte taal gebruiken als ze ervaringen beschrijven die overeenkomen met de mening die zij al van over een product hadden, en dat abstractere omschrijvingen vaak een grotere invloed op andere consumenten hebben.

Neem iemand die van tevoren negatief denkt is over T-Mobile. Als de ervaring met het bedrijf toch positief is, is het oordeel concreet: ik kan prima bellen via T-Mobile. Als de consument van tevoren al positief is, zal het oordeel algemener en abstracter zijn: ‘de dekking is goed’, ‘T-Mobile is een goede provider.‘

De onderzoekster meent dat haar dissertatie om twee redenen interessant is voor bedrijven: ‘Ten eerste tonen de resultaten aan dat abstracte boodschappen een grotere invloed hebben op koopintenties. Dit kan direct vertaald worden in een aanbeveling tot het gebruik van abstracte taal als men iemand wil overtuigen om een bepaald product te kopen.

Dus als je wilt dat een vriend dezelfde pen koopt als jij moet je niet zeggen: “Deze pen schrijft goed”, maar heb je meer overredingskracht met een uitspraak als “deze pen is goed”.

Als men de invloed van negatieve boodschappen (die overgebracht moeten worden) te beperken, dan is het beter concreet taalgebruik te gebruiken.
Schellekens: Als je niet wil dat mensen slecht denken over iemand, kun je beter zeggen “hij gedraagt zich crimineel”, en niet “hij is crimineel”.

Schellekens: ‘Ten tweede kunnen mijn bevindingen bedrijven ondersteunen bij het interpreteren van mond-tot-mond communicatie van consumenten. Op dit moment volgen veel bedrijven mond-tot-mond communicatie (vooral online), waarbij zij proberen lering te trekken uit de feedback van klanten die beschikbaar is via bijvoorbeeld blogs en productbeoordelingen.’ Volgens de onderzoekster biedt haar proefschrift ‘een nieuwe dimensie met het abstractieniveau van taalgebruik, waarmee bedrijven meer inzicht kunnen krijgen in mond-tot-mond communicatie bovenop het meten.’

Bron: Marketing Online

Weleda - Beautyplan



Mooie visualisatie van de door Partout Interactive ontwikkelde Weleda gezichtsverzorgingscampagne op Hyves.

24 november 2010

Online COPD-test groot succes

AMERSFOORT 18 november 2010 - De test op de website van het Astma Fonds waarmee mensen zelf kunnen kijken of ze risico lopen op de longziekte COPD is een groot succes.

86.000 mensen hebben de afgelopen tweeënhalve week de test gedaan, zo liet het Astma Fonds donderdag weten.

Met name mensen boven de veertig hebben een verhoogde kans op de ongeneeslijke longziekte. COPD (chronische bronchitis en longemfyseem) komt in Nederland voor bij ongeveer 320.000 mensen. Daarnaast zijn er naar schatting nog eens 300.000 mensen met een groot risico op COPD.

Partout Interactive heeft met trots de technische realisatie van de COPD-test voor het Astma Fonds op zich genomen. Zie ook www.hebikcopd.nl

Bron: www.nu.nl/online-copd-test-groot-succes

26 oktober 2010

Wie adverteert op uw merknaam?

Op 14 september 2010 veranderde het merkenbeleid van Google Adwords. Was het voorheen nog mogelijk om uw eigen merknaam af te schermen voor concurrenten, nu kan dit niet meer en mag iedereen naar hartenlust op uw merknaam adverteren via Google. Let wel: het beleid van Google is van invloed op zoekwoorden. Het merk BMW mag dus alleen als zoekwoord worden ingezet; voor het vertonen van de merknaam in een advertentietekst is (behalve voor weergave in de zichtbare url) nog steeds toestemming vereist van de eigenaar van de merknaam

Wat zijn de gevolgen voor u?
Indien u in uw campagne zoekwoorden inzet die zijn opgenomen in het handelsregister van Google kan het nieuwe merkbeleid gevolgen voor u hebben. Merknamen waar u voorheen niet op kon adverteren mag u nu wel promoten. Een voorbeeld hiervan is de handelaar in occasions die voorheen niet mocht adverteren op BMW, maar die nu van deze merknaam gebruik kan maken om zijn producten en diensten te promoten. Een ander gevolg is dat de concurrentie tussen adverteerders op uw merknamen kan stijgen, waardoor de prijs voor uw huidige positie hoogstwaarschijnlijk toeneemt.

Wat kunt u doen?
Zet de kosten die u voor merknamen betaalt af tegen de opbrengsten, zodat u inzicht heeft in het rendement van deze merknamen. Zorg daarnaast voor een zo hoog mogelijke kwaliteit van uw campagne. Immers, de kwaliteitscore, die Google aan uw campagne toekent, bepaalt samen met uw bod de positie waarop uw advertentie wordt weergegeven. Leveren de betreffende merknamen niet voldoende op, overweeg dan uw strategie aan te passen; een focus op andere zoektermen of zoektermen in combinatie met uw merknaam is voor u wellicht rendabeler.

22 september 2010

Facebook voor bedrijven: een fanpagina in 10 stappen

Facebook groeit ook in Nederland razendsnel en daarmee wordt dit online sociale netwerk ook voor Nederlandse bedrijven steeds interessanter en relevanter. Mond-tot-mond-reclame is een krachtig middel om klanten te bereiken, en op een platform als Facebook kunnen berichten zich razendsnel verspreiden. Met onderstaand stappenplan maak je eenvoudig een ‘fanpagina’, een zakelijke Facebookpagina.

Elja Daae schreef voor Frankwatching het artikel Facebook voor bedrijven: een fanpagina in 10 stappen


Facebookterminologie
Vooraf eerst wat uitleg over de Facebook terminologie:
  • Persoonlijk profiel: het profiel dat je als persoon op Facebook aanmaakt
  • ‘Fanpagina’, ‘publieke pagina’, of ‘officiële pagina’: de pagina die je als bedrijf, organisatie, merk of bekend persoon op Facebook aanmaakt
  • ‘Vriend’: de persoonlijke profielen waar je vanuit je eigen persoonlijke profiel mee verbonden bent
  • ‘Fan’: de persoonlijke profielen die hebben aangegeven jouw fanpagina leuk te vinden.
1. Maak een persoonlijk profiel aan
Om een fanpagina te maken, heb je een persoonlijk profiel nodig. Een Facebookprofiel kun je eenvoudig aanmaken op www.facebook.com. Een persoonlijk profiel maak je aan onder je eigen naam.

Privacyinstellingen persoonlijk profiel
Er zijn mensen die ervoor kiezen om zo’n persoonlijk profiel te maken met een verzonnen naam. Hoewel het technisch mogelijk is, is het tegen de Facebookregels. Een sociaal netwerk is gebouwd op vertrouwen, dus iedereen is gebaat bij transparantie. Indien je verder niets wilt doen met je persoonlijke profiel, kun je je instellingen zo inrichten dat je vrijwel onvindbaar bent (> account > privacyinstellingen > algemene persoonlijke gegevens > instellingen bekijken).

De gegevens van beheerders van een fanpagina zijn overigens niet zichtbaar voor bezoekers of fans van die pagina. Wat je op die pagina schrijft, doe je uit naam van de pagina en niet vanuit je persoonlijk profiel. Bezoekers kunnen niet zien wie de beheerders van een fanpagina zijn.

Het komt voor dat ondernemers (per ongeluk) een persoonlijk profiel gebruiken onder de naam van een bedrijf. Over de redenen om als bedrijf niet voor een persoonlijk profiel te kiezen, maar voor een fanpagina (een officiële zakelijke pagina) onderaan dit artikel meer.

2. Maak een fanpagina aan
Het aanmaken van een fanpagina kun je doen via deze link: aanmaken fanpagina. Je kunt deze vinden via de Facebook helppagina’s. Ook linksonder op iedere willekeurige fanpagina vind je een link ‘Een Pagina maken voor mijn bedrijf’.

Officiële vertegenwoordiger
Het is niet toegestaan om een fanpagina aan te maken namens een bedrijf, merk of bekend persoon als je niet de officiële vertegenwoordiger bent. Je kunt in dat geval wel een groepspagina aanmaken. Als iemand jouw merk of bedrijfsnaam onterecht gebruikt voor een persoonlijk profiel of fanpagina, kun je Facebook verzoeken hier wat aan te doen via deze link: inbreuk van een gebruikersnaam.

3 Kies het soort fanpagina dat je wilt aanmaken
Je kunt kiezen uit verschillende soorten fanpagina’s. Het verschil tussen de pagina’s uit zich met name in de informatie die onder de ‘Info’-tab kan worden ingevuld. Sommige informatie is daar al door Facebook ‘voorgedrukt’.
  • Lokaal bedrijf: onder de ‘info’-tab kun je informatie invullen over openingstijden, of je credit cards accepteert etc. Kort door de bocht zou je kunnen zeggen dat iedereen die een bedrijf heeft waarvoor de openingstijden belangrijk zijn, voor ‘lokaal bedrijf’ zou kunnen kiezen: retail, horeca, etc. Voor bedrijven met meerdere vestigingen (en verschillende openingstijden) is de volgende categorie geschikter.
  • Merk, product of organisatie: onder de ‘info’-tab komt informatie te staan over het jaar van oprichting, de bedrijfsmissie, producten etc.
  • Artiest, band of bekend persoon: deze pagina is bedoeld voor beroemdheden.
  • Communitypagina’s
Behalve fanpagina’s (“Officiële pagina’s”) zijn er nog communitypagina’s en groepspagina’s. Een communitypagina is, zoals de naam al zegt, niet van jou, maar van de groep gebruikers. Boven een bepaald aantal leden komt het beheer bij de leden te liggen. Uiteindelijk zul je daar dus weinig controle over hebben.

Verschil groepspagina’s en fanpagina’s
Een belangrijk verschil tussen groepspagina’s en fanpagina’s is dat de updates van groepspagina’s niet automatisch verschijnen in het nieuwsoverzicht van leden. Op een groepspagina schrijft een beheerder uit eigen naam. Voor bezoekers is zichtbaar wie de beheerders zijn. Bovendien kunnen groepen ook opgericht worden door mensen die niet verbonden zijn aan het bedrijf. De groep ‘I love Frankwatching’ zou dus volledig buiten Frankwatching om kunnen worden opgericht. :-)

4. Kies de juiste categorie
Vervolgens kies je de juiste categorie, afhankelijk van je keuze onder stap 3. Is dit belangrijk? Niet echt, maar dergelijke categorieën helpen je uiteindelijk om beter gevonden te worden door je doelgroep. Zie facebook.com/search (alleen te zien als je ingelogd bent): hier kunnen mensen zoeken op categorie. Zie het screenshot hiernaast.

5. Kies de naam van je pagina

Een van de belangrijkste stappen in het maken van een nieuwe fanpagina is het kiezen van de juiste naam.

Enerzijds omdat de naam aan je doelgroep aangeeft waar je pagina over gaat en je ‘fans’ in staat telt om je gemakkelijk terug te vinden binnen Facebook. Maar anderzijds omdat je de naam van je pagina, eenmaal gekozen, niet meer kunt veranderen. Wat je nog wel kunt aanpassen, is de Facebook URL (de URL die direct naar je fanpagina leidt, bijvoorbeeld www.facebook.com/frankwatching), daarover meer onder stap 10.

Het kan zijn dat Facebook het oneens is met je paginanaam – je krijgt dan een melding. Je vindt hier de richtlijnen voor gebruikersnamen. Wat in ieder geval niet mogelijk is, is het gebruik van algemene woorden als ‘pizza’ of ‘advies’. Facebook raadt je aan om je eigen (merk-)naam te gebruiken, en dit is ook het meest logisch als je op Facebook gevonden wilt worden door je doelgroep.

Let op: zodra je klikt op ‘pagina aanmaken’ wordt je pagina aangemaakt! Je hebt helaas niet de mogelijkheid om verschillende opties voor paginanamen te vergelijken en te zien wat er nog beschikbaar is. Je kunt natuurlijk wel even zoeken via de zoekfunctie bovenin je scherm of via www.facebook.com/search (alleen te gebruiken als je ingelogd bent op Facebook).

6. Voeg andere beheerders toe
Een probleem dat zich nog wel eens voordoet, is dat de fanpagina van een bedrijf door een enkele persoon is aangemaakt (bijvoorbeeld een uitzendkracht of stagiaire) die vervolgens het bedrijf verlaat. De enige die kan zorgen dat je medebeheerder wordt van een fanpagina, is de huidige beheerder. En die is niet altijd meer bereikbaar (of bereid).

Zorg daarom dat op dit moment in het proces minimaal 1 collega medebeheerder wordt gemaakt. De enige voorwaarde om iemand beheerder te maken, is dat diegene een Facebookaccount heeft, en dat je het aan dat account gekoppelde e-mailadres kent.

Een beheerder toevoegen aan je fanpagina
  • Ga naar “Pagina bewerken” (onder de profielafbeelding, alleen zichtbaar voor beheerders).
  • In de rechterkolom vind je “Beheerders” en daarachter “Toevoegen”
  • In het volgende scherm krijg je de keuze om vrienden te selecteren (contacten van je persoonlijke Facebookaccount) of om beheerders toe te voegen via e-mail.

Je fanpagina vinden
Je bereikt je pagina overigens vanuit ieder willekeurig Facebookscherm door de naam van de fanpagina in te typen in het zoekscherm dat je bovenaan de pagina vindt als je bent ingelogd.

7. Voeg een afbeelding toe
Als Facebook je paginanaam accepteert, wordt je pagina direct aangemaakt.
Het eerste dat Facebook je vraagt, is om een afbeelding toe te voegen. Omdat de afbeelding ook als avatar/profielafbeelding voor berichten komt te staan, is het handig om te kiezen voor een afbeelding die ook in klein formaat nog herkenbaar is. Als je een foto van een persoon gebruikt, zorg dan voor een close-up.

Profielafbeelding: afmetingen
Het maximale formaat van de profielafbeelding is 200 bij 600 pixels – je kunt er dus voor kiezen om een soort banner te maken, in plaats van een vierkante afbeelding. Mooie voorbeelden vind je hier:
Coca Cola: www.facebook.com/cocacola
Roger Federer: www.facebook.com/Federer
Phil Collins: www.facebook.com/philcollinspage

8. Maak een korte profieltekst
De korte profieltekst onder je profielafbeelding (zie hiernaast het voorbeeld van de profieltekst van de Frankwatchingpagina) geeft bezoekers snel informatie over je pagina en/of je bedrijf. Het is een tekst die mensen zien, ook als ze niet op bepaalde tabs bovenaan je pagina klikken. Je kunt er dus voor kiezen om hier zaken extra onder de aandacht te brengen.

Je kunt deze tekst zo vaak wijzigen als je wilt en zo op actuele ontwikkelingen binnen je bedrijf inspelen.

Verkorte URL’s
Heb je een nieuwsbrief, een speciale aanbieding of een nieuw product? Verwijs er hier naar met een verkorte URL. Je kunt ook overwegen om mensen via een verkorte URL te verwijzen naar een speciale landingspagina op je website of blog voor meer informatie. De links die je in de profieltekst opneemt, zijn wel te klikken, maar zien er niet uit als links totdat je er met je muis overheen gaat.
(Het potloodje dat je ziet in het screenshot is alleen zichtbaar voor de beheerder van de pagina en geeft aan dat je de tekst kunt wijzigen).

9. Vul de informatie onder de ‘Info’ tab in
De ‘Info’ tab heeft een vast stramien dat afhangt van de paginacategorie die je gekozen hebt (zie stap 4).

Gelukkig heb je onder ‘Gedetailleerde info’ wat meer mogelijkheden om in te vullen wat jij relevant vindt voor je bezoekers. Onder ‘Website” kun je meerdere links kwijt, onder elkaar. En onder ‘Algemene informatie’ kun je een stuk tekst kwijt naar keuze. Dit kan een lange tekst zijn, maar realiseer je dat Facebook de tekst na ongeveer 10 regels zal afbreken met een ‘lees meer’ link.

NB: Je kunt links niet weergeven als andere tekst. Bezoekers zien dus de hele link in plaats van een ‘mooie’ link. Je kunt helaas ook geen omschrijving toevoegen, of “http://” weglaten.

10. Claim je eigen Facebook-URL
Zodra je 25 fans hebt, kun je je eigen Facebook-URL claimen (zoals www.facebook.com/frankwatching). Dit is handig voor verwijzingen naar je fanpagina in offline communicatie. Het claimen van je eigen URL doe je hier: Facebook vanity URL aanvragen. Je kunt op deze pagina de URL voor je persoonlijke profiel claimen, of een “gebruikersnaam instellen voor je pagina’s”.

Let op: Ook hier geldt dat je de gekozen naam later niet meer kunt wijzigen. Ook niet als er spelfouten in staan! Wel kun je, voordat je definitief kiest, verschillende namen invoeren om te zien of ze vrij zijn.

Next steps: vul je Facebookpagina
Om je pagina interessant te maken kun je allerlei content toe gaan voegen. Hieronder wat mogelijkheden:
  • Zorg voor een aantal interessante nieuwsberichten, eventueel met foto’s of links.
  • ‘Like’ een aantal interessante pagina’s – deze zijn vervolgens te zien in de linkerbalk onder het kopje ‘Favoriete pagina’s’.
  • Koppel je blog aan je Facebookpagina: iedere blogupdate wordt dan automatisch als update aan je Facebookpagina toegevoegd (en wordt zo zichtbaar in de nieuwsberichten van je fans). Dit kan bijvoorbeeld via de applicaties ‘Networkedblogs” of “RSS Graffiti”. Je vindt die via de zoekbalk bovenaan je pagina.
  • Zorg voor foto’s: van medewerkers, producten, evenementen e.d.
  • Voeg tabs (met applicaties) toe aan je pagina, bijvoorbeeld foto’s, videos, notities, YouTube, een tab voor je e-mailnieuwsbrief. Je kunt maximaal 6 tabs zichtbaar maken op je pagina, de andere tabs worden zichtbaar als iemand op het >>-teken klikt.
  • Je vindt de verschillende applicaties als volgt: > Pagina bewerken (onder de pagina-afbeelding) > Onderaan: ‘Meer toepassingen: meer zoeken’.
  • Om zelf invulling te geven aan een tab, inclusief de titel, kun je de applicatie ‘Static FBML” gebruiken. Hiermee kun je met behulp van HTML een tab maken die er uit ziet zoals je wilt.
  • Je kunt zelf bepalen op welke ‘tab’ bezoekers landen als ze naar je fanpagina gaan. Dit doe je door te gaan naar: > pagina bewerken > prikbordinstellingen > bewerken > standaardtabblad waarop alle andere personen terecht komen (zie screenshot). Je kunt bijvoorbeeld de FBML-applicatie gebruiken om een eigen welkomstpagina te ontwerpen en die als landingspagina te gebruiken. Standaard landen bezoekers op de ‘Prikbord’ tab. NB: De meeste bedrijven kiezen ervoor om dit zo te laten, mogelijk omdat dit ook hetgeen is waar bezoekers het meest in zijn geïnteresseerd?
Voorbeelden van landingspagina’s: Vitaminwater, Hubspot en Target.
In het (Engelstalige) artikel 8 Powerful Ways to Use Facebook Landing Tabs vind je verschillende manieren om een landingstab te gebruiken.

Waarom een fanpagina en geen persoonlijk profiel?
Sommige bedrijven gebruiken een persoonlijke profiel in plaats van een fanpagina. Ze doen dit ofwel onder hun eigen naam (ZZP-ers, bijvoorbeeld) of ze gebruiken hun bedrijfsnaam als accountnaam voor hun persoonlijke profiel. Dit is om meerdere redenen niet aan te raden:
  • Je krijgt, wanneer je vanuit je persoonlijk profiel iemand aan je netwerk toevoegt (‘vriend’) toegang tot het persoonlijke profiel van die persoon. I.v.m. de privacy van je (potentiële) klanten mogelijk niet handig. Het zou voor sommige mensen zelfs reden kunnen zijn om geen ‘vriend’ (‘fan’) te worden.
  • Een persoonlijk profiel heeft een maximum van 5.000 vrienden, daarna wordt de pagina alsnog automatisch omgezet in een fanpagina.
  • Je kunt voor een persoonlijk profiel geen Facebookadvertenties aanmaken.
  • Je kunt voor een persoonlijk profiel geen statistieken inzien van bezoekers, groei in aantal fans etc.
  • De informatie in persoonlijke profielen is niet zichtbaar in zoekmachines. Dat wil zeggen dat alle content die je via je persoonlijke profiel deelt, niet helpt bij je vindbaarheid in Google. De inhoud van fanpagina’s wordt wel door zoekmachines geïndexeerd.
  • Omdat het tegen de regels van Facebook is om als bedrijf of merk een persoonlijk profiel aan te maken, kan Facebook in zo’n geval het hele profiel (inclusief die 4.999 ‘vrienden’ die je dan misschien al hebt) verwijderen.
Omzetten persoonlijk profiel in fanpagina
Het is niet mogelijk om een persoonlijk profiel om te zetten in een fanpagina. Je kunt wel je ‘vrienden’ uitnodigen om fan te worden van je nieuwe pagina. Onder de profielafbeelding van je fanpagina vind je de mogelijkheid “Voorstellen aan vrienden“. Je kunt vervolgens selecteren aan wie van je ‘vrienden’ je een bericht wilt sturen met het voorstel om de pagina ‘leuk te vinden’.

Tenslotte
Succes op Facebook valt en staat met interactie, acties en reacties. Zorg voor interessante content, leuke updates, stel vragen en vooral: reageer als mensen op jouw fanpagina reageren. En vergeet niet om een ‘like’-box op je website te zetten, omdat dit de grootste ‘driver’ is van nieuwe fans. En, als je toch op Facebook zit, nodigen we je natuurlijk van harte uit om de Frankwatching Facebookpagina ‘leuk te vinden’. Als je hieronder op de ‘Vind ik leuk’ button klikt dan ben je voortaan een van onze fans op Facebook!

Bron: Frankwatching Facebook voor bedrijven: een fanpagina in 10 stappen
Auteur: Elja Daae

14 april 2010

Cijfers over Social Media gebruik in Nederland · Marketingfacts

Vaak zijn cijfers over social media erg internationaal of op zijn minst Amerika georiënteerd. Daarom is het ook prettig als er eens cijfermateriaal beschikbaar is wat betrekking heeft op Nederland. Bijvoorbeeld over de onderverdeling in Nederland tussen inactives, joiners, spectators, collectors, creators en critics of in hoeverre gebruiken Nederlanders Social Media en waarvoor gebruiken ze het? Delen van content, delen van opvattingen, in contact blijven met vrienden, je leven delen met je vrienden of om nieuwe mensen te ontmoeten?

Activiteit in Nederland
Iedereen kent de onderverdeling tussen inactivies, joiners, spectators, collectors, creators en critics. Maar hoe is dat nu in Nederland en in de omringende landen. Onderstaande presentatie geeft een overzicht van Nederland en de omringende landen:

Betrokkenheid en motivatie
In hoeverre gebruikers Nederlanders Social Media en waarvoor gebruiken ze het (delen van content, delen van opvattingen, in contact blijven met vrienden, je leven delen met je vrienden of nieuwe mensen ontmoeten? En wat is de motivatie van onder meer Nederlanders om onder andere Social Media te gebruiken? Nederlands blijken een stuk minder te bloggen dan de andere landen in Europa.

Internet penetratie en gebruik
Zowel qua Internetaansluitingen als qua breedbandaansluitingen loopt Nederland voorop in Europa. Veel Nederlanders zijn elke dag online, maar het zijn de Roemenen en de Grieken die, als zij het Internet raadplegen, ruim drie uur online blijven. Waarbij de Nederlanders over het algemeen ‘maar’ tussen de 1 en 3 uur blijft hangen. Ook blijken de Grieken, dit keer samen met de Noren, percentueel meer gebruikers te hebben op social networks.

Bron: Rick Mans (Capgemini) Cijfers over Social Media gebruik in Nederland · Marketingfacts

16 maart 2010

Nederlanders blijken actiefste online kopers van Europa

Gebaseerd op: emerce.nl (10-3-2010)

Bron: Prof News Vakinformatie voor professionals.

Op de Nederlandse retailmarkt koopt 71% van de consumenten wel eens iets online. Het aantal Nederlanders dat online artikelen koopt zal volgens Forrester de komende vier jaar met 2 miljoen stijgen van 9 miljoen naar 11 miljoen.

Nederlanders blijken bovendien relatief veel vertrouwen te hebben in de veiligheid waarmee online financiële gegevens kunnen worden achtergelaten bij een aankoop. Minder dan 7% van de Nederlanders is bezorgd over de problemen die bij online transacties kunnen ontstaan. Het onderzoek van Forrester besloeg de West-Europese en Amerikaanse online retailmarkt. Naar verwachting zal in deze landen het aantal online kopers oplopen van 141 miljoen nu naar 190 miljoen in 2014. Ook de bestedingen zullen stijgen, in de Verenigde Staten naar verwachting met jaarlijks 10% en in Europa met gemiddeld 11%. In 2014 zal de omzet zijn opgelopen tot 114 miljard euro.

In Nederland bereikt de omzetgroei naar verwachting het Europese gemiddelde van 11%, terwijl Duitsland en het Verenigd Koninkrijk waarschijnlijk een gemiddelde jaarlijkse omzetgroei van respectievelijk 9 en 10% zullen bereiken. Wel blijft de Britse online retailmarkt de grootste van West-Europa, met een omzet van 40 miljard euro en een aandeel van 35%.

doorsturen van virale campagne - vriendschap is toverformule

Auteurs: Paul Ketelaar is universitair docent bij de secties communicatiewetenschap (Radboud Universiteit Nijmegen) en bedrijfswetenschappen (Katholieke Uiniversiteit Leuven), Esther van Voskuijlen en Karen Lathouwers zijn afgestudeerd communicatiewetenschappers

Wie sturen virale campagnes door via sociale netwerken en wie niet? De sectie communicatiewetenschap van de Radboud Universiteit onderzocht welke verschillen er zijn tussen wel- en niet doorstuurders van virale campagnes via Hyves. Het onderzoek onder 8.510 Hyvers toont aan dat met name de sterkte van de band met de vriend(in) van wie je de campagne hebt ontvangen bepalend is voor het doorsturen, naast waardering van de campagne en de relatie met het merk.

Adverteerders die sociale media inzetten in hun marketingstrategie hebben nog weinig kennis op dat gebied, terwijl sociale media een steeds belangrijkere rol lijken te gaan spelen in de marketingcommunicatie. Sociale media lijken dan wel goedkoper dan traditionele, maar methoden om effecten te meten zijn nieuw. Benchmarks ontbreken nog. Adverteerders investeren hun euro’s nog grotendeels op buikgevoel. Hoewel voorzichtig optimisme ontstaat door de hoge respons op viral marketingacties, ontbreekt kennis over wie virale consumenten bereiken, om reclamevermijding onder niet geïnteresseerden te voorkomen.

Daadwerkelijk doorstuurgedrag
Bekend zijn virale e-mails en virale commercials, maar de nieuwste vorm binnen virale marketing is de virale campagne. Deze bestaat uit een reclameboodschap in de vorm van een spel of quiz die merkinteractie nastreeft tussen een sociale netwerksitegebruiker en een merk. Binnen sociale netwerksites zijn de aantallen (unieke) bezoekers van lopende campagnes veelbelovend. Maar: niets is bekend over de redenen waarom consumenten virale campagne doorsturen via een sociaal netwerk. Waar eerdere onderzoeken voornamelijk de motieven voor doorstuurgedrag blootleggen in een e-mailcontext, let deze studie van de Radboud Universiteit ook op de sterkte van de band die consumenten ervaren met de vriend(in) van wie de campagne is ontvangen (de afzender), de waardering van de virale campagne en de merkrelatie. Juist de sterkte van de band met de afzender zou in een sociale netwerkcontext een doorslaggevende reden kunnen zijn om virale campagnes door te sturen. Verder is niet, zoals in de meeste onderzoeken, de intentie om een viral campagne door te sturen gemeten, maar het daadwerkelijke doorstuurgedrag.

Cruciale rol voor doorsturende vriend(in)
De resultaten laten zien dat de kans op doorsturen groter is, naarmate de sterkte van de band met de afzender van een virale campagne toeneemt, de waardering van de campagne stijgt, en de betrokkenheid bij het merk groter is. Het belangrijkste doorstuurmotief is de bekendheid van de afzender, met een cruciale rol voor de betrouwbaarheid en de geloofwaardigheid van die afzender. Dan volgen de mate waarin consumenten de virale campagne als vermakelijk ervaren en de sterkte van de band met het geadverteerde merk. Nalatigheidsmotieven zoals geen zin hebben of het nut er niet van in zien, verklaren niet-doorstuurgedrag.

Viral marketing op sociale netwerk sites de toekomst
Deze studie laat zien hoe je als adverteerder virale campagnes effectiever kunt verspreiden. Om doorsturen te bevorderen moeten adverteerders hoog gewaardeerde campagnes maken. Pre-testen van nieuwe campagnes is zeker zinvol. Tot zover weinig nieuws onder de zon. Een eerste nieuw verworven inzicht is dat consumenten campagnes met voor hen sterke merken eerder doorsturen dan campagnes met voor hen zwakke merken. Bij die sterke merken is de vriend(in) van wie je de campagne hebt ontvangen van minder groot belang. Voor merken waarmee consumenten een zwakkere merkrelatie hebben zijn factoren als afzender en waardering van de virale campagne belangrijker. Het grote belang wie de afzender is, is ook een nieuw verworven inzicht. Adverteerders dienen zich vooral te richten op goede vriendenclubjes want dat vergroot de kans dat deze goede vrienden op hun beurt de campagne weer doorsturen. Adverteerders bereiken dit door een limiet te stellen aan het aantal vrienden naar wie de campagne kan worden doorgestuurd (bijvoorbeeld tien vrienden). In dit geval geldt: ‘Less is More’, want Hyvers zijn minder snel geneigd om virale campagnes door te sturen als ze die krijgen van vage bekenden. Adverteerders doen er goed aan als ze een sociaal aspect inbouwen in de virale campagne. Dat stimuleert het doorsturen van de campagne naar goede (en voor het merk relevante) vrienden, voorkomt reclamevermijding en verhoogt automatisch de campagne resultaten (meer deelnemers).

Online enquête onder 8.510 hyvers
Dit onderzoek is uitgevoerd binnen het Nederlandse social network Hyves. Hyves heeft drie nieuwe virale campagnes voor drie merken voor het onderzoek ter beschikking gesteld. Het betreft de campagnes van Lay’s, Telfort en Sony Ericsson. De campagnes gingen live op Hyves in de periode mei 2009 bij specifieke doelgroepen onder hyvers. Dit leverde 8.510 bruikbare respondenten op waarvan 2.192 één van de campagnes hebben doorgestuurd naar hyvers in hun sociale netwerk. De data zijn verzameld via een online enquête. De vragenlijst bevatte vragen en stellingen rondom de motieven om een virale campagne wel of niet door te sturen, de waardering van de campagne, de band die een hyver heeft met de afzender, de relatie die een hyver heeft met het merk en de mate van activiteit op Hyves.

De lessen
Viral marketingacties op sociale media
  • Bekendheid doorstuurder, vermaak en merkrelatie zijn de belangrijkste doorstuurmotieven
  • Een hoge waardering van virale campagnes bevordert doorsturen
  • Een sterke band met de afzender bevordert het doorsturen
  • Een sterke band met het merk van de campagne bevordert doorsturen
  • Nalatigheidsmotieven zijn de belangrijkste niet-doorstuurmotieven
Hyvers zijn minder snel geneigd virale campagnes door te sturen als ze die krijgen van vage bekenden.

Tekst: Paul Ketelaar, Esther van Voskuijlen en Karen Lathouwers
Bron: Tijdschrift voor marketing / social media / 46 / januari /

15 januari 2010

Bij de klant in zijn broekzak

De mobiele telefoon heeft al gezorgd voor veel verandering in het dagelijks leven van mensen. De komende tijd gaat er nog meer veranderen. Steeds meer mensen hebben slimmere, gebruiksvriendelijkere toestellen met goede internettoegang. Het is nu tijd om hier op in te spelen. Om kennis te maken met de mogelijkheden en de voorkeuren van de klant. Merken en retailers kunnen nu als het ware een plekje veroveren in de broekzak van hun klant en altijd en overal in de buurt zijn, thuis en onderweg. In dit artikel ga ik in op hoe de mobiele telefoon voor een nieuwe marketing- en winkelervaring zorgt.

Nieuwe marketingvorm: Contextual Marketing
Door de mobiele telefoon in te zetten kan marketing persoonlijker en relevanter worden. De mobiel weet immers wie je bent, waar je bent, wanneer je er bent, en soms zelfs nog wat je aan het doen bent. Op deze wijze kan de retailer dus optimaal inspelen op het moment en de omgeving waar zijn klant zich bevindt. De context waarin de klant zich bevindt zorgt voor meer toegevoegde waarde bij de gepersonaliseerde marketingboodschap. Uiteraard dient deze toegevoegde waarde voor de consument helder te zijn, anders zal deze zijn identiteit nooit willen prijsgeven.

Een nieuwe winkelervaring
Naast een nieuwe vorm van marketing zal de mobiele telefoon ook een nieuwe winkelervaring bieden. Een aantal (nieuwe) toepassingen die voor deze nieuwe winkelervaring zorgen zijn:
  • Location based services: Je loopt langs een winkel en je wordt meteen geattendeerd op een aanbieding van een product binnen jouw interessegebied. Het initiatief om informatie te verstrekken ligt dus, uiteraard na eerdere toestemming van de consument, bij de winkelier.
  • Prijsvergelijking: Wanneer je toch nog even snel wilt checken of de aanbieding in de winkel echt de goedkoopste is, kun je dat tegenwoordig meteen in de winkel via je mobiel doen.
  • Augmented Reality: Er wordt virtuele informatie toegevoegd aan de werkelijkheid. Op deze manier wordt de echte wereld dus ook een stuk persoonlijker. Het is helemaal handig wanneer je op deze wijze geattendeerd wordt op zaken die binnen je interessegebied liggen. Bijvoorbeeld dat je, wanneer je in een vreemde stad loopt, geattendeerd wordt op een winkel met jouw favoriete merken.

    Op dit moment zijn de meeste augmented reality toepassingen gebaseerd op de mobiele telefoon. In de toekomst zullen andere, meer gebruiksvriendelijke devices, zoals een hippe (zonne)bril voorzien worden van de virtuele informatie.
  • Barcodes: Kleine barcodes op billboards of producten attenderen de gebruiker er op dat hij door de code te scannen meer informatie kan verkrijgen. Er kan bijvoorbeeld een mobiele internetpagina of mobiele folder geopend worden. Bij deze toepassingen ligt het initiatief bij de consument, deze scant zelf de code wanneer hij meer wil weten. Er is op dit moment nog geen gestandaardiseerde barcodetechniek en consumenten vinden het scannen vaak lastig. De meer gebruiksvriendelijke opvolger zal Near Field Communication (NFC) zijn, waarbij het al voldoende is om de telefoon bij de chip te houden.

Mobiel als verkoopkanaal
De mobiele telefoon zelf kan ook een verkoopkanaal ingezet worden. Gratis informatiediensten kunnen in een applicatie of mobiele website gecombineerd worden met het kopen van producten. Hoe makkelijk is het als we na het opzoeken van filminformatie meteen een bioscoopkaartje kunnen kopen. Of een pizza kunnen uitzoeken en bestellen.

Voordat de telefoon als volwaardig verkoopkanaal ingezet kan worden, dient er eerst een breed uitgerolde, algemeen geaccepteerde, gebruiksvriendelijke betaalmethode te zijn voor dergelijke diensten. iDEAL, maar dan anders, zonder aparte inlogtokens. Ook hier ontstaan steeds meer initiatieven zoals Rabo SMS Betalen en ook PayPal is reeds actief op mobiel.

Privacy issues
Het is al enkele malen genoemd in dit artikel, privacy is een belangrijk punt bij deze mobiele ontwikkelingen. Al deze services zullen pas een succes worden als de consument zijn identiteit wil prijsgeven. Alleen dan kunnen er echte gepersonaliseerde diensten geïntroduceerd worden. De consument zal dus overtuigd moeten worden van de toegevoegde waarde en zal de retailer of het merk ook volledig moeten kunnen vertrouwen. Met de tegenwoordig steeds meer afnemende loyaliteit en dalend klantvertrouwen is hier dus nog een weg te gaan.

Ik ben erg benieuwd of jullie je telefoon al gebruiken als winkelassistent en welke toepassingen dan favoriet zijn.

Bron: frankwatching.com
Auteur: Arlette Broex

07 oktober 2009

Nederlandse webwinkels zien omzet stijgen

De Nederlandse thuiswinkelbranche draait 19 procent meer omzet dan vorig jaar. Het aantal aankopen per klant stijgt, maar er komen weinig nieuwe online klanten bij.

Dat blijkt uit een onderzoek van Blauw Research in samenwerking met Thuiswinkel.org. De totaalomzet voor de branche ligt voor de eerste helft van 2009 op 2,7 miljard euro. Dat is 19 procent meer dan in de eerste helft van 2008.

De groei zit vooral in de het aantal aankopen per consument, dat toeneemt met 20 procent naar 3,3 bestellingen per klant. Het bedrag dat per consument wordt besteed, stijgt met 13 procent naar 380 euro.

Er kwamen in de eerste helft van 2009 weinig nieuwe online shoppers bij. In die periode hebben 7,1 miljoen mensen iets gekocht bij een webwinkel. Een kwart miljoen van die mensen deed dat voor het eerst. Dat is duidelijk minder dan in voorgaande jaren.

Aan reizen wordt online het meeste geld besteed, 41 procent van de omzet komt daar vandaan. Consumentenelektronica staat op nummer twee, maar in dat segment wordt in de tweede helft van 2009 een groei van 'slechts' 7 procent geboekt.

Deze cijfers zijn tot stand gekomen in nauwe samenwerking met de ruim 1.000 leden van de belangenvereniging Thuiswinkel.org, gekoppeld aan een grootschalig onderzoek onder 2.000 consumenten.

Bron: nuzakelijk.nl

05 oktober 2009

Krabbels & Respect plz_-) Hyves en Kinderen

Hyves bestaat 18 september 2009. In deze vijf jaar is Hyves uitgegroeid tot een enorm grote sociale netwerksite waar ook heel veel kinderen en tieners een digitaal profiel van zichzelf bijhouden. Stichting Mijn Kind Online en Digivaardig Digibewustdragen bij aan kennis en bewustwording over kinderen op Hyves. Hun doel: opvoeders te helpen bij de internetopvoeding. Bijgevoegd hun rapport waarin het Hyves gebruik van 8- tot en met 17-jarigen wordt beschreven:

  • wat ze er doen en bespreken

  • wie er in hun vriendennetwerk zitten

  • hoe ze met hun privacy omgaan

  • de minder leuke ervaringen die ze er opdoen


Download hier de pdf Krabbels & Respect plz_-) Hyves en Kinderen

28 september 2009

Social Media Influence: onmisbaar in je nieuwe internetstrategie

‘Your brand is what Google says it is’. Een veelgehoorde uitdrukking in internetland. De vraag is of deze uitdrukking anno 2009 nog wel op gaat. Moet het niet zijn ‘Your brand is what Twitter says it is’ ? Of Facebook? Nu Google meer waarde gaat hechten aan social media is de mening van de consument niet langer bestemd voor de krochten van het internet. Dit betekent het definitieve einde van de controleerbare communicatie. Tijd om social media influence serieus mee te nemen in je internetstrategie.

Hoe het ging: (schijnbare) controle over je merk

In de hele oude wereld – toen er nog geen internet was – ging communicatie als ongeveer als volgt: bedrijf X ziet dat er een groeimarkt is voor gezonde producten en ontdekt uit marktonderzoek dat mensen hun product niet gezond genoeg vinden. Bedrijf X maakt commercial “Merk X – gezonder dan je denkt”. Bedrijf X doet onderzoek voor en na commercial en ziet: na commercial antwoorden 15% meer mensen positief op de vraag “vind je merk X gezond”. Succesvolle communicatie. Voor bedrijf X bestaat er geen andere realiteit dan die uit het onderzoek en de paar telefoontjes die doordruppelen uit de servicedesk.

In de iets minder oude wereld gaat het om het controleren van de belangrijkste resultaten in Google. Een spel waarin links (aantal inbound links) en autoriteit (pagerank) belangrijk zijn. Ook iets dat relatief makkelijk te controleren is door bedrijven. De belangrijkste resultaten zijn inkoopbaar. Een kwestie van goede online marketing. En als er negatieve resultaten (uit social media) in de weg staan? Dan zorg je ervoor dat andere positieve bronnen nóg hoger komen. Een tot voor kort gangbare definitie van online reputation management.

Meningen (binnen social media) worden de drijvers van relevantie en dus van zoekresultaten
De afgelopen jaren zijn platformen om ervaringen en meningen uit te wisselen volwassen geworden. Niet alleen social networks hebben een stevige positie ingenomen. Ook vele andere online platformen zijn uitgerust met sociale features (rating, comments, etc). Aangezien mensen vooral andere mensen vertrouwen als het gaat over een product of service zijn ervaringen en meningen relevant in de weg naar een aankoop. Google geeft deze meningen en ervaringen een steeds grotere rol binnen de zoekresultaten. Dit komt concreet neer op het feit dat de volgorde van zoekresultaten niet altijd meer wordt bepaald door de pagerank en het aantal inbound links. Het achterliggende aantal views, comments of ratings speelt ook een steeds grotere rol.

Nu Google een steeds groter belang toedicht aan social media en dus aan echte-mensen-meningen verdwijnt definitief de schijnbare controle over wat mensen van een merk of product vinden. Tijd om zaken bij de wortel aan te pakken en ervoor te zorgen dat echte-mensen-meningen positief zijn. Tijd om social media influence stevig te verankeren in je online strategie.

Wat is Social Media Influence eigenlijk?
Invloed uitoefen betekent impact maken op het denken en doen van anderen. Ross Dawson kwam onlangs met het Influence Landscape, waarin hij onderscheid maakt tussen:


  • Drijvende krachten achter invloed: zoals vertrouwen in peers, social media aggregatie, democratisering van media

  • Influence mechanismen: zoals social media, massa media, maar (juist) ook persoonlijke interactie

  • Influence networken: Invloed is niet lineair te verklaren, maar enkel door het achterliggende netwerk te begrijpen.

  • Influence aggregatoren: zoals delicious, stumble upon en in Nederland NUjij.nl

  • Influencers: Iedereen is een beïnvloeder, maar sommigen meer dan anderen. Denk aan bloggers, analisten, journalisten en politici.

Uit bovenstaand model blijkt al dat Social Media Influence een wezenlijk ander karakter heeft dan traditionele (online) marketing-communicatie. Het heeft veel meer weg van het bedrijven van PR. In wezen is het dat ook, alleen hebben andere actoren (met name invloedrijke consumenten) binnen het model een grotere rol. Dit verklaart de sterke opkomst van PR 2.0.

Hoe meet je Social Media Influence?
Er is best nog veel discussie over social media metrics. Hoe meet je wat? Bij het meten van social media influence zijn onder andere de volgende indicatoren van belang:

Bereik: het aantal connecties dat je hebt (eerstegraads en tweedegraads)
Velocity: de snelheid waarmee een content door een netwerk wordt verspreid
Engagement: de mate van interactie
Reputatie: binnen op de verschillende netwerken
Kwaliteit van je netwerk: hoe lang bestaan de connectie, hoeveel bruikbaars komt er uit, hoe loyaal zijn mensen, etc

Zoals je ziet zijn dit geen indicatoren die je 1-2-3 als een custom filter in je analytics software knalt. Het vergt serieus meetwerk en serieuze software om je social media influence inzichtelijk te maken. De meeste software op dit terrein is reputation monitoring software. Zoals uit de lijst met indicatoren van social media influence blijkt is reputatie slechts één van de indicatoren. Hieronder een kort en zeker niet uitputtende lijst van handige software. Tips zijn natuurlijk welkom!

Klout: tool om Twitter influence te monitoren
Twinfluence: het ietwat academische broertje van Klout (soms wat onstabiel)
Social Mention: wat wordt er over je merk gezegd in social media
Trackur: online reputation monitoring tool
Lookery: een targeting tool om echte mensen te targeten

Social Media Influence begint niet bij software, maar bij connectie
Voordat we onszelf verliezen in mooie tools en metrics moeten we niet vergeten dat het begin van invloed uitoefenen begint bij een connectie. Niet een éénzijdige connectie, maar een wederzijdse. Met het openen van een bedrijfs-twitteraccount en het toevoegen van goeroe-end Nederland heb je nog geen grote social media influence. Dat kost tijd en investering. Vooral ook sociale investering. En sociale investeringen bouwen sociaal kapitaal.

Bron: frankwatching.com
Auteur: Freek Bijl

Reclameblok: vrouw ruimt op en man zapt

Vrouwen gaan tijdens een reclameblok opruimen, terwijl mannen zappen. Ook worden na een reclameblok sites van merken goed bezocht. Dat zijn enkele conclusies uit het ‘100 seconden’ onderzoek van Centraal Beheer Achmea. Het onderzoek, uitgevoerd onder 1050 Nederlanders, laat zien dat Nederlanders geloven in de kracht van tv-reclame. Een kwart (24 pct) denkt dat tv-reclame van invloed is op een van de gezinsleden. Volgens het merendeel van de Nederlanders is een commercial pas geslaagd als het humor bevat (85,5 pct). Bekende Nederlanders of seks in een reclame spreken nauwelijks aan. Het ideale moment om tv-commercials te bekijken zonder weg te zappen is ‘s avonds tussen acht en middernacht. Nederlanders zien reclame als iets wat blijft: de helft van de respondenten denkt dat er over tien jaar nog steeds tv-commercials zijn.

Hoewel bij 68 pct van de Nederlanders tv-reclame een vorm van ergernis oproept, bezoekt meer dan de helft regelmatig na het zien van tv-reclame de website van de afzender. Vincent van de Berg van reclamebureau DDB uit Amsterdam, licht toe: ‘Televisie is vanwege zijn grote bereik en sterke impact zeer geschikt als drager. Vervolgens is internet zeer goed in staat om meer te vertellen over je product, omdat mensen dat op het moment en in het tempo kunnen doen dat hen het beste uitkomt.’

PDF met onderzoeksresultaten

Bron: Adformatie

Mediagebruik jongeren verandert

Jongeren gaan op een andere manier televisie kijken. Nog maar 72% van de kijktijd wordt voor een televisie doorgebracht en jongeren zappen steeds minder. Die conclusies trekt Paul Sikkema ondere andere in het jaarlijkse Jongerenonderzoek door Qrius. Uit het onderzoek blijkt dat allerlei nieuwe dingen op internet, van Twitter tot tutorials, nog niet aanslaan. Het toevoegen van zelf gemaaakte content aan internet is stabiel. De penetratie van internet op de mobiele telefoon verloopt betrekkelijk langzaam. Opvallend is dat jongeren niet de dagbladen en internet beschouwen als de meest betrouwbare bron van serieus nieuws, maar televisie.

Bron: Adformatie

22 september 2009

Zoektaal aanpassen tijdens het zoeken: "Welcome to our Cheap Hotel."

Tijdens het zoeken op websites gebruiken we een online-dialect. We gebruiken termen waarvan we denken dat zoekmachines ze begrijpen. CDA noemt dit de zoektaal.

Eenmaal zoekende, worden we beïnvloed door de taal die we tegenkomen. Op basis van de zoekresultaten verfijnen we onze zoektermen of maken we keuzes in doorkliks.

Voor goede zoekresultaten zorg je ervoor da de taal op je website parallel loopt met de taal die je klanten gebruiken om te zoeken in zoekmachines. Merktaal moet dus parallel lopen met zoektaal om effectief te zijn.

Zoekwoorden zijn vaak niet representatief voor werkelijke behoefte.
Zoals een gebruiker die een ‘high interest instant access savings account’ wil, maar in Google zoekt naar ‘best instant access savings’. Een andere gebruiker wil de ‘best rate bank account with instant access’, maar zoekt naar een ‘banking account online’. En een derde gebruiker wil ‘easy access and best interest rate savings’, maar zoekt op ‘instant access savings’.

Begrijpen hoe mensen zoeken is natuurlijk belangrijk – eigenlijk moet je zien te achterhalen wat mensen werkelijk zoeken. Gerry McGovern geeft een simpel voorbeeld:
“Over a typical 12 month period about 25 million people search for a ‘cheap hotel’. But what does that mean? I have often searched for a ‘cheap hotel’ but I’m not actually looking for a ‘cheap’ hotel. What I’m really looking for is a 4 or 5 star hotel at a cheap price. And I would certainly not be impressed if I arrived at a hotel website that had a big sign saying: ‘Welcome to our Cheap Hotel.’”

Bron: Frankwatching.com
Auteur: Boudewijn Bugter

11 september 2009

Onderzoek: search heeft positief effect op merkbouw

Searchmarketing creëert een sterke toename in de merkvoorkeur en top of mind. Het medium werkt daarnaast als katalysator in de hele multimediacampagne: pas met de toevoeging van search wordt het succes van de offline campagne omgezet in effecten op alle merkindicatoren in de funnel, tot en met imago en merkvoorkeur. Zo blijkt uit crossmediaal onderzoek uitgevoerd door MetrixLab, in opdracht van Heineken Nederland, Google en twist. Het XMOS-onderzoek is de eerste studie in Nederland die kijkt naar de merkeffecten van searchmarketing in relatie tot andere media. MarketingOnline.nl kreeg als eerste inzage in de resultaten.

Metrixlab voerde het XMOS-onderzoek eerder uit in Groot Brittannië en Frankrijk, ondermeer voor Ford, Flora (Unilever) en L’Oreal. In Nederland werd de campagne rond de lancering van ‘Jouw Heineken’ bekeken.

Doel was onder meer na te gaan wat de merkeffecten (en de efficientie) zijn van searchmarketing, ongeacht of er wordt geklikt op de advertentie. Metrixlab liet hiervoor 5000 respondenten zoekopdrachten uitvoeren, verbonden aan het onderwerp en de campagne. Een deel van de sample kreeg betaalde zoekopdrachten te zien, een ander deel niet. Vervolgens werden de respondenten na 5 dagen ondervraagd (in verband met uitgesteld bereik), en de resultaten vergeleken met de uitingen op televisie en online display.

De resultaten laten zien dat enkel de blootstelling aan zoekadvertenties al zorgt voor significante stijgingen in de merkvoorkeur en de merkbekendheid van de 'Jouw Heineken' campagne. Wanneer gebruikers doorklikten, werden deze effecten alleen maar groter.

De studie wijst daarnaast uit dat wanneer zoekadvertenties worden gebruikt in combinatie met offline media, het effect van televisie significant stijgt. Opvallend is dat wanneer men specifiek kijkt naar de top of mind advertentiebekendheid, het effect op televisie zelfs wordt verdubbeld.

Heineken wilde ook weten hoe efficiënt searchmarketing is als brandingtool ten opzichte van andere media. De resultaten laten zien dat, wanneer gelet op efficiëntie van de bestedingen, de impact van search op branding 53 procent hoger was dan de impact van televisie voor de bekendheid van de Jouw Heineken-campagne.

Search trekt mensen verder de funnel in
Een van de opvallendste conclusies van de studie is dat searchmarketing fungeert als katalysator in de gehele multimediacampagne. De offline campagne was zeer succesvol op een aantal belangrijke merkindicatoren, maar pas met de toevoeging van search werd het succes van de offline campagne omgezet in effecten op alle merkindicatoren in de funnel, tot en met imago en merkvoorkeur.

Volgens Joris Merks, senior research manager bij Metrixlab is een dergelijke interactie tussen media resulterend in effecten over de gehele funnel in multimediacampagnes, heel zeldzaam.

Jim Jansen, industry head FMCG bij Google: ‘Deze studie bewijst dat search niet alleen heel effectief kan worden ingezet als direct response platform maar ook enorme effecten heeft op branding. Daarnaast is search ook het meest kostenefficiënt van alle mediatypen in deze studie. De grote impact die search heeft gehad op de merkeffecten van de Jouw Heineken-campagne laat zien dat search eigenlijk onmisbaar is in multimedia campagnes voor de FMCG sector.’

Floris Cobelens,voorheen marketingmanager Heineken en sinds kort global digital director Heineken: ‘Deze studie toont aan dat search, zeker ook in combinatie met andere, meer traditionele media, een positieve invloed heeft op belangrijke merkindicatoren van Heineken. Wij zullen in de komende tijd daarom nog beter gaan kijken hoe we de inzet van search kunnen optimaliseren.’

Lot Keijzer, managing director bij twist: ‘Change your perspective! Het bewijs ligt nu onomstotelijk op tafel: search behoort in iedere digitale marketing campagne en televisie, online display en search is een ijzersterke combinatie in kostefficiëntie en effect om merkvoorkeur met ‘double digits’ procentueel te laten groeien.’

Bron: Tijdschrift voor Marketing > Nieuws > week 37, maandag 7 september 2009

20 februari 2009

Social Media Strategie



Succes op sociale media met een uitgekiende Social Media Strategie

Als je het hebt over sociale media, dan denk je al snel aan Hyves, Wikipedia, Blogs en Twitter. Wil je als marketeer succesvol zijn op sociale media, dan zul je de wetten en regels moeten begrijpen, want die zijn volstrekt anders dan voor de traditionele media. Sociale media zijn zo populair om dat ze het mogelijk maken (gelijkgestemde) mensen met elkaar in contact te brengen en ervaringen en kennis te laten delen. Je kunt er niet zo maar ‘adverteren’ of ‘deelnemen aan de discussie.’ Succesvol zijn op sociale media vereist een lange adem. Maar bovenal een heldere strategie.




Wat is Social Media Marketing?
Social Media Marketing (SMM) maakt gebruik van media als sociale netwerken, forums, blogs en/of wiki’s om in contact te komen met een specifieke doelgroep, om een product te promoten, de merkbeleving en reputatie van het bedrijf te beïnvloeden of zelfs de verkopen te stimuleren. De kern zit ‘m in het aangaan van een dialoog met de doelgroep in plaats van het duwen van een massa advertentiecampagne door de kelen van de doelgroep. SMM heeft ook vaak een viraal element met de uitdaging om bepaalde content te verspreiden onder de doelgoep.

Absolut World. De experience omgeving en community site van Absolute wodka op YouTube



Over welke sociale media hebben we het?
Een mooie definitie van sociale media is de volgende: media die zijn gebaseerd op conversaties tussen gebruikers. Hieronder verstaan we verschillende vormen:

  • Sociale netwerksites / online communities: Hyves, Facebook, MySpace, LinkedIn
  • Sociale foto, video en muzieksites: YouTube, Flickr
  • Sociale nieuws sites NUjij.nl, Newsvine
  • Sociale bookmarksites: Delicious, StumbleUpon, Digg
  • Consumer review sites: Kieskeurig.nl, Vergelijk.nl
  • Forums, blogs, discussiegroepen
  • Microblogs: Twitter, Jaiku
  • Wiki’s: Wikipedia
  • Chat: MSN

Wat kun je met Social Media Marketing bereiken?
Voordat je je als marketeer op sociale media gaat begeven, zul je eerst goed moeten nadenken over wat je wilt bereiken en hoe je het succes gaat meten. In de praktijk zien we de volgende doelstellingen van Social Media Marketing:

  • Bereik: Het vergroten van het bereik, ofwel zichtbaarheid
  • Reputatiemanagement: Het volgen en beïnvloeden van de reputatie van de onderneming en merkbeleving onder een bepaalde doelgroep online
  • Engagement: Het vergroten van de interactie met de doelgroep en het verkrijgen van feedback
  • Innovatie: Het verkrijgen van nieuwe ideeën voor productinnovatie door de interactie met de doelgroep aan te gaan
  • Loyaliteit: Het vormen van hechtere relaties met doelgroepen
  • Acquisitie: Het bereiken van nieuwe klantsegmenten
  • Verkopen: Het realiseren van extra omzet (social commerce)

Voor al deze doelstellingen zul je indicatoren moeten formuleren om het succes van de marketingactiviteiten te kunnen meten. Het bedrijven van marketing binnen sociale media is een continue bezigheid die tijd, geld en capaciteit vergt. Je bedrijf op Second Life zetten is niet voldoende. Je zult personeel moeten vrijmaken om de virtuele bezoekers te kunnen ontvangen en van dienst te kunnen zijn. Daarnaast blijken de resultaten van de inspanningen vaak moeilijk grijpbaar en meetbaar.

Social Media Strategie – een stappenplan
Om een start te maken met SMM heb je een uitgekiende strategie nodig. Hier volgt een stappenplan (bron: Jungle Minds).


  1. Bepaal je missie, online doelstellingen voor sociale media en vertaal deze naar een aantal succesfactoren. Alles start bij een heldere strategie, vandaar uit kun je gaan experimenteren en de online resultaten zichtbaar maken.


  2. Stel budget en mankracht beschikbaar (intern / extern). Sociale Media Marketing is niet een eenmalige activiteit, het vereist continue aandacht van medewerkers. En daarmee zul je ook middelen moeten vrijmaken.


  3. Onderzoek waar jouw doelgroep uithangt en start met online reputatiemanagement: volg en reageer op conversaties die plaatsvinden over je merk of producten. Kern: eerst luisteren, dan pas actief worden met SMM. Houd je aan het STRAIGHT principe van Paul Gillin: wees Succinct (beknopt), Transparant, Responsive, Accepting, Insightful, Genuine, Humorous & Timely.


  4. Ontwikkel unieke content / blogs / forums / wiki’s / communities dan wel een online campagne afgestemd op de doelgroep en de geformuleerde doelstellingen (bereik, naamsbekendheid, interactie, innovatie, merkbeleving).


  5. Meet continu de effecten op de geformuleerde doelstellingen, optimaliseer de resultaten, stel rapportages op.

Succesvolle case: Dell
Met Social Media Marketing kun je actief worden op sociale media als Twitter, Hyves en blogs. Maar je kunt ook je eigen community site starten, zoals Dell heeft gedaan. Je weet werkelijk niet wat je ziet. Op de site van Dell krijg je toegang tot 12 blogs, tientallen forums (voor vragen en antwoorden), wiki’s, media galeries, groups en het succesvolle Dell IdeaStorm, de digitale ideeënbus van de computerfirma.

Het beleid van Dell is om op elke bijdrage van een bezoeker te reageren, positief of negatief, dat maakt niet uit. Het bedrijf stimuleert de interactie en discussie tussen klanten onderling en met de onderneming. En waar nodig modereert Dell. Naar eigen zeggen nam na introductie het negatieve sentiment af met 60% en kwamen er honderden nuttige suggesties om de prestaties van de producten te verbeteren. Deze suggesties zijn ook daadwerkelijk gebruikt.




Dit artikel is een deel uit het in april 2009 te verschijnen boek: De Internet Scorecard 2.0 (Pearson Education)

22 november 2008

Jongeren zijn online betrokken bij 'coole' merken

Jongeren blijken op internet betrokken bij merken, mits de merken relevant zijn en geloofwaardig met hen communiceren. Zo laat wereldwijd onderzoek zien van Synovate, in opdracht van Microsoft Advertising.

Bijna een derde van de ondervraagde jongeren (28 procent) spreekt weleens over een merk op een discussieforum, drie kwart (76 procent) stuurt regelmatig productinformatie en links door. Bijna een kwart (24 procent) voegt regelmatig merkgerelateerde content toe aan social network- of videosites en bijna een vijfde (19 procent) zet merkcontent op hun homepage of sociale netwerksite.

Dit blijkt uit het 'Young Adults Revealed' onderzoek. Het onderzoek is uitgevoerd in juni/juli 2008 onder 12.603 respondenten in de leeftijdscategorie 18-24 jaar in 26 landen.

"Jongeren zijn enthousiast over online merkcontent en -entertainment. De jeugd is ervan overtuigd dat hun mening en enthousiasme over merken ook belangrijk is in hun sociale kring. Ze willen in verband gebracht worden met 'coole' merken en daarom voegen ze clips toe aan hun sociale netwerksites en Windows Live Messenger," vertelt Julian Rolfe, Global Manager, Syndicated Research, Synovate.

Beth Uyenco, Global Research Director, Microsoft Advertising: ‘Marketeers vinden het moeilijk om jongeren via reclame te bereiken. Uit dit onderzoek leren we dat jongeren graag actief online bij merken betrokken zijn, mits de advertentie uitingen relevant en geloofwaardig zijn. Het is dus interessant voor adverteerders om jongeren al in de testfase van een online campagne te betrekken.’

E-mail, msn en video
Jongeren brengen gemiddeld 2,5 uur van hun dagelijkse vrije tijd door op het internet. Ze zijn hier op diverse manieren bereikbaar. Ze lezen regelmatig hun e-mail (94 procent), nieuwssites (80 procent), interesse-sites over films/muziek/games (76 procent) en chatten via de Messenger (76 procent). Bijna driekwart (73 procent) van de ondervraagden bekijkt videoclips online en stuurt clips door (62 procent). 40 procent bekijkt muziekclips en 27 procent bekijkt clips waarin vrienden te zien zijn. Bijna één op de tien ondervraagden stuurt wel eens virale advertentie- en marketingclips door (9 procent).

24 augustus 2008

IWOM: Internet Word of Mouth marketing en WebReps

Eén op de drie internetgebruikers laat zijn aankoopbeslissingen deels afhangen van het oordeel van andere gebruikers. Recensies van producten, reiservaringen, restaurants of aanbevelingen van muziekliefhebbers zijn voorbeelden van wat in marketingjargon wordt aangeduid als IWOM: internet word of mouth marketing.

Mond-tot-mondreclame is misschien wel de oudste vorm van reclame die er bestaat, maar op het internet krijgt dit fenomeen een nieuwe dimensie. Bedrijven willen die mond-tot-mondreclame stimuleren en beïnvloeden. Of beter, ze moeten wel, de omvang van het fenomeen is te groot om te negeren.

Web Representatives - WebReps scannen dagelijks allerlei sites, waaronder veel blogs en fora, op opmerkingen over over hun bedrijf. Met WebReps proberen bedrijven de conversatie over hun merk op internet te beïnvloeden. Als er terechte klachten zijn helpen ze de klanten verder. Bij onterechte beschuldigingen leggen ze uit hoe het echt zit.

Deze activeiteiten kun je beschouwen als het internetverlengstuk van het callcenter, maar het gaat verder dan dat. WebReps vallen onder de afdeling bedrijfscommunicatie. De grootste winst valt te behalen op het gebied van reputatie. Om IWOM met WebReps succesvol in te zetten, móet je met open vizier opereren en altijd bekend maken namens welk bedrijf je meepraat op een forum of blog.

Lees het artikel van Mischa de Bruin 'Hoe cyberteams meepraten op internet' op Intermediair online.

18 augustus 2008

Online excelleren doe je zo

Wat doen bedrijven die qua marketing succesvol zijn op internet?
De succesfactoren op een rij.

Rishad Tobaccowala, CEO van Denuo en chief innovation officer van Publicis Groupe Media, signaleert de volgende trends en bijbehorende verschuivingen op internet:
  1. Van gecentraliseerd naar verspreid: in plaats van te focussen op de eigen corporate website of op contentportals moeten bedrijven hun content makkelijk vindbaar maken via zoekmachines, sociale netwerken en intensieve partnering.
  2. Van autoriteit naar authenticiteit: consumenten geloven marketeers steeds minder en elkaar steeds meer. Mensen geloven marketeers als het gaat om feitelijkheden (zoals productspecificaties) maar niet als het gaat om meningen (of het product goed is).
    Van kanaal naar content: op internet ben je altijd één klik verwijderd van wat je zoekt. De invloed van de traditionele distributietrechters neemt af.
  3. Van ‘spaces’ naar ‘audiences’: vroeger waren marketeers gedwongen om ruimte te kopen in content die door hun doelpubliek werd geconsumeerd, tegenwoordig kunnen we via zoek- en advertentienetwerken geïnteresseerd publiek ‘kopen’ ― rechtstreeks bereiken. Content is belangrijker dan ooit op internet, zegt Tobaccowala.

Hij geeft drie ezelsbruggetjes voor wat essentieel is voor online marketingsucces.

Ten eerste: is je content ‘FIT’?
Dat wil zeggen: free (gratis beschikbaar), intelligent en transmittable (geoptimaliseerd voor zoekmachines en makkelijk in te bedden en distribueren via de blogosfeer en sociale netwerken).

Ten tweede: ruikt je content als een ‘ROSE’?
Ofwel: je content moet relevant en open zijn (mensen moeten erop kunnen reageren, het in hun webpagina kunnen inbedden), je design en navigatie simpel en elegant.

En ten derde: heb je een plan om ‘SOFA’ te leveren?
Marketeers willen scalable outcomes die frictievrij en accountable zijn. Zoekmachinemarketing past in het plaatje: zoekmachinemarketing bereikt miljoenen, is resultaatgestuurd en is gebaseerd op het veilingmodel (wat het makkelijk maakt om mediaruimte in te kopen).

06 augustus 2008

Jongeren in beeld: 25 feiten in 213 seconden

Leuke compilatievideo over de Nederlandse markt voor jongeren.zou maken ('video' is eigenlijk een wat te zwaar woord, het is meer een slideshow met een muziekje eronder).



Het hele artikel: http://youngmarketing.web-log.nl/youngmarketing/2008/07/jongeren-in-bee.html

Het online jaarverslag

De meeste beursgenoteerde bedrijven hebben hun jaarverslag over 2007 alweer lang en breed gepubliceerd. Voor Jungle Rating een moment om nog even terug te blikken op het afgelopen online jaarverslagseizoen.

Ook dit jaar zijn er weer meer bedrijven die naast een printversie en een PDF-document de stap naar een online (HTML) jaarverslag hebben gemaakt. Eindelijk dringt het besef door dat de mogelijkheden van internet het uitgangspunt moeten zijn bij het maken van een online jaarverslag en niet print.

Lees het hele artikel op http://www.frankwatching.com/archive/2008/08/05/de-inhaalslag-van-het-online-jaarverslag/

17 juni 2008

kindersites op usability getoetst

Over hoe volwassenen omgaan met websites is inmiddels al zeer veel bekend, maar usability voor kinderen is nog tamelijk onontgonnen terrein. Welke elementen trekken de aandacht op sites waar kinderen komen? Is het allemaal leesbaar, begrijpelijk en aantrekkelijk?
Stichting Mijn Kind Online en 2C Usability deden gebruikersvriendelijkheids- onderzoek met kinderen tussen 8 en 12 jaar. Hun rapport ‘Klik en klaar – Een onderzoek naar surfgedrag en usability bij kinderen’ laat zien dat kinderen nog wel wat ‘mediawijsheid’ kunnen leren. En makers van kinder-websites ook.

Onderzoeksopzet
In november en december 2007 vulden 600 kinderen op zes scholen verspreid over heel Nederland een online enquête in met vragen over hun surfgedrag. Vervolgens vonden er vijf groepsgesprekken plaats, met telkens acht andere kinderen.
Deze onderzoeken vormden de opmaat voor individuele usability-gesprekken met vijftig kinderen tussen 8 en 12 jaar. Vergelijkbaar onderzoek deed de Nielsen Norman Group in 2002 (met kinderen) en in 2005 (met tieners). Het usability-onderzoek van Mijn Kind Online en 2C is het grootste in Europa tot dusver met kinderen.

Twee conclusies zijn te trekken:
Over het surfgedrag van kinderen: Kinderen van acht en twaalf missen vaardigheden en het beoordelingsvermogen om informatie op internet op waarde te schatten. Daardoor lukken veel zoekopdrachten niet.

Over de gebruikersvriendelijkheid van kinder-sites
Kinderen stuiten op veel usability-problemen. Websites overschatten de vaardigheden van kinderen. De populairste kinder-sites zijn ook de sites die het meest gebruikersvriendelijk zijn.

Over het surfgedrag van kinderen
Het is een veelgehoorde fabel dat kinderen tovenaars op de computer zijn, bij machte om alle digitale hobbels te nemen en zelfs hun ouders online aan het handje te nemen. Ze zijn de digitale generatie die opgroeit met nieuwe media, wordt gezegd. Ze zouden digitale alleskunners zijn, gezegend met prima informatievaardigheden en uitstekend in staat om te multitasken. Voor kinderen tussen 8 en 12 jaar klopt dat beeld in elk geval niet wat betreft het zoeken naar informatie op internet, laat ons onderzoek zien.

De belangrijkste bevindingen op een rij.
OngeduldigKinderen tussen 8 en 12 jaar verwachten meteen succes als ze online surfen. Ze zijn nóg ongeduldiger dan volwassenen. Daardoor gaat er veel fout.

Lezen op internet
Kinderen lezen niet online. Ze wíllen niet lezen, als ze zoeken verwachten ze dat hun oog ergens meteen op valt. Ze willen onmiddellijk succes op een website.
Ze kúnnen ook niet goed lezen en schrijven. Ze zitten immers nog midden in het leerproces van lezen en schrijven.

Doordat ze nog midden in hun taalontwikkeling zitten, hebben ze een relatieve handicap. Veel zoekopdrachten mislukken of doen kinderen stranden op plekken die niet voor hen zijn bedoeld. Dat gebeurt vanzelfsprekend vooral bij jonge kinderen, maar niet alleen bij hen. Ook 11- en 12-jarigen spellen domeinnamen verkeerd, variërend van nikkelodeon.nl (met KK in plaats CK) tot jeugtjournaal.nl (met een T in plaats van een D). Ze komen dan terecht op zogeheten tikfoutdomeinen, oftewel websites die gevuld zijn met advertenties die worden gepresenteerd als normale links. Sinds kort is jeugtjournaal.nl overigens in bezit gekomen van het echte Jeugdjournaal, waardoor die spelfout niet meer tot ontsporingen leidt.

Zoeken op internet
Kinderen zijn niet in staat een goede zoekstrategie uit te stippelen. Te hopen valt dat scholen daar aandacht aan gaan besteden. Zelden letten ze op de relevantie en betrouwbaarheid van internet-informatie. Meestal hebben ze ook niet geleerd waar je naar moet kijken om de relevantie en betrouwbaarheid te toetsen. Ook hier ligt een belangrijke taak voor het onderwijs

Kinderen verwachten dat internet informatie op een presenteerblaadje serveert, ook als het fout gaat. Google geeft bij een verkeerd ingevoerde zoekopdracht immers aan: ‘Bedoelde u soms …?’
Hun ongeduld zit in de weg. Veel kinderen lezen wel degelijk de tekst bij de beschrijving van een zoekresultaat in Google, maar te vluchtig. Razendsnel klikken ze door waardoor ze de kern missen.

Jongens zijn sneller afgeleid, meisjes zijn geconcentreerder.
In Google zoeken naar afbeeldingen gaat vaak wel goed. Plaatjes herkennen is een stuk makkelijker dan teksten interpreteren.

Beoordelen van informatie
Kinderen komen op internet een overdaad aan ongestructureerde informatie tegen. Maar ook als hun zoektocht op één website plaatsvindt, krijgen ze veel informatie op zich afgevuurd. Een website biedt een rijkdom aan keuzes die voor kinderen moeilijk te maken zijn. Welke informatie is bij een gerichte zoektocht belangrijk? Op welke termen moet worden gelet in de navigatie-structuur? Hoe is de relatie tussen beeld en tekst? Dat moeten kinderen allemaal leren.

Reclame
Kinderen zijn gespitst op reclame. Ze gaan reclame uit de weg door bijvoorbeeld afbeeldingen aan de rechterkant als advertentie te bestempelen en ze te negeren. Dat leidt ertoe dat redactionele content soms ten onrechte als reclame wordt gezien en vice versa. Ook normale plaatjes op een pagina met veel tekst zien kinderen vaak als advertentie-uiting. Bannerblindheid heeft in deze leeftijdsgroep al wortel geschoten (en schiet ook dóór…). Ze vinden internet-reclame ‘stom’, al begrijpen ze wel dat een website niet zonder reclame kan. Advertenties zijn impopulair omdat ze ‘in de weg zitten’. De frustratie ontstaat doordat kinderen per ongeluk op reclame klikken.

Dat gebeurt bijvoorbeeld als ze denken te klikken op de link ‘ga direct naar het spelletje’ maar klikken op de advertentie die er direct boven staat. Reclame raakt steeds meer verweven met redactionele inhoud, zo constateerden we eerder al in ons dossier ‘Gratis! (maar niet heus)’, Daardoor is het moeilijk om reclame te herkennen. Het huidige usability-onderzoek bevestigt dat. Kinderen missen het kritische bewustzijn om te doorzien wat een commerciële boodschap is en wat niet, wijzen de usability-interviews uit.

Persoonlijke gegevens
Kinderen zijn voorzichtig met het geven van persoonlijke gegevens. Zelden geven ze hun voor- en achternaam en woonadres prijs. Meestal vullen ze valse gegevens in.
Als ze naam en mailadres moeten achterlaten om verder te kunnen, dan twijfelen ze. Waarom is dit nodig?, vragen ze zich af. Ze snappen het niet.

Onbegrip gaat samen met irritatie over registratieprocedures waarbij persoonlijke gegevens ingevuld moeten worden. Met name kinderen van 8 en 9 haken af. Ze vinden het te ingewikkeld.
Er is een duidelijk verschil in gedrag tussen kinderen die regels krijgen en niet. De ‘wijze’ kinderen zijn vooral de kinderen die van hun ouders of van school horen dat sommige zaken op internet niet mogen. Nooit je privé-gegevens geven, is er één. Kinderen zonder regels laten wel hun 06-nummer achter in een advertentie voor ‘gratis’ ringtones.

Hoe terughoudend kinderen ook zijn, soms laten ze zich toch verleiden. Ze vinden dat het geen kwaad kan om het mailadres van vriendjes op te geven als ze daarmee kans maken op het winnen van een prijs. “Soms vul ik het mobiele nummer van mijn vriendin in op een website voor een gratis ringtone.”

Over de gebruikersvriendelijkheid van kinder-sites
In totaal zijn 24 populaire sites waar kinderen komen, getoetst op usability, in individuele gesprekken met vijftig 8- tot 12-jarigen. Ze kregen 24 websites voorgelegd, van Spele.nl, Jetix.nl, Jeugdjournaal.nl tot Nieuws uit de Natuur en de kindersite van Kennisnet. Maar ze werden ook met Google aan het werk gezet.

Hoe test je met kinderen?
Testen met kinderen gaat ongeveer hetzelfde als bij volwassenen. De proefpersonen voeren opdrachten uit op websites, zoals “Probeer op deze website uit te vinden hoe hoog de Eiffeltoren is” en vertellen zo goed mogelijk hoe hen dat vergaat.

Een verschil met testen bij volwassenen is dat kinderen moeilijker hun doen en laten onder woorden kunnen brengen. Kinderen antwoorden sneller “Weet ik niet” op vragen, of hullen zich in stilte, zich concentrerend op hun surf-activiteit. Ze moeten dus een handje geholpen worden. Dat gaat als volgt:




  • Eerst worden ze op hun gemak gesteld. Niet met concrete opdrachten op de computer, maar met vragen over hun hobby’s en hun internetgebruik. Ze krijgen de kans hun favoriete site te laten zien en uit te leggen wat daar zo leuk aan is.


  • De kinderen worden niet al te dwingend benaderd. Zo voelen ze zich vrij en ontspannen, zodat het risico op ‘dichtklappen’ geminimaliseerd wordt.


  • De kinderen worden zo min mogelijk voorgezegd, maar daar waar nodig (als ze vast komen te zitten) wel een beetje geholpen.


  • Net als volwassenen die aan een usability test meedoen, zijn ook kinderen geneigd om de testcoördinator een plezier te doen door het ‘goed’ te willen doen. Dat is niet de bedoeling. Het gaat er immers om om problemen op websites aan het licht te brengen en daar moet je juist fouten voor maken.


  • Het kind krijgt dus te horen dat het helemaal niet erg is om fouten te maken, sterker nog: dat het juist goed is om fouten te maken.


Grootste usability-problemen
Dat kinderen vaak niet slagen in hun zoektocht op kinder-websites, ligt niet alleen aan het feit dat ze vaardigheden missen. Ook de gebrekkige usability van kinder-websites speelt ze parten. Het rapport ‘Klik en Klaar’ somt een scala aan problemen op. Hieronder volgt een kleine selectie.





  1. URL’s worden verkeerd ingetikt.
    De meeste kinderen hebben moeite met typen. Het duurt lang voordat ze de goede letters hebben gevonden. Doordat hun fijne motoriek nog niet volledig ontwikkeld is, gebeurt het ook vaak dat ze per ongeluk meerdere toetsen tegelijk indrukken. Dat maakt het moeilijk om een URL van een website in te tikken. Hoe langer de URL, hoe meer er mis kan gaan, en hoe moeilijker het voor de kinderen is om op de juiste website terecht te komen.

    Kinderen bleken vooral veel moeite te hebben met het foutloos typen van de URL’s van sites als Cinekidstudio, Jeugdjournaal, Kennisnet en Nickelodeon. Niet alleen de jongere kinderen, maar ook de kinderen uit groep 8 en zelfs de brugklas, voor wie de websites bedoeld zijn.

    Op de vraag om te surfen naar de site van het Jeugdjournaal, tikten sommige kinderen http://www.jeugjournaal.nl/ (zonder de D) waardoor ze op een commerciële linkdump-pagina van een tikfout-piraat terecht kwamen. De tikfout-variant http://www.jeugtjournaal.nl/ (met een T) is zoals gezegd inmiddels in handen van het Jeugdjournaal zelf, waardoor dát in ieder geval niet meer fout kan gaan.

    In december 2007 kwam je hier terecht als je ‘Jeugtjournaal.nl’ (met een T) tikte
    Kinderen begrijpen ook nog niet welke technische restricties een rol spelen bij het gebruik van internet. Zo komt het vaak voor dat kinderen een spatie gebruiken als ze een URL intypen (bijvoorbeeld www.donald duck.nl en www.het klokhuis.nl). Dat is iets wat ouders en leerkrachten de kinderen kunnen leren.



  2. Bewegende elementen in de navigatie storen
    Op websites die specifiek voor kinderen gemaakt zijn, ziet de hoofdnavigatie er vaak heel aantrekkelijk uit. Het hoofdmenu wordt bijvoorbeeld opgeleukt met icoontjes, animaties of vrolijke kleurtjes. In principe vinden kinderen dit erg leuk. Althans, in eerste instantie. Vooral bewegende elementen gaan hen na enge tijd vreselijk irriteren. Een ander (groot) nadeel van dit soort ‘originele’ hoofdmenu’s is dat ze vaak niet als menu herkend worden. Of dat ze door het kleurgebruik niet eens opgemerkt worden.

    Het menu bovenaan de pagina van http://www.jetix.nl/ wordt door veel kinderen in eerste instantie niet gezien, of althans niet geïnterpreteerd als menu. Misschien is dat mede te wijten aan de ronde icoontjes, die sterk lijken op Kijkwijzer-pictogrammen, en dus eerder als ‘informatie’ dan als bedieningselementen begrepen zullen worden. Pas nadat kinderen met hun muis over het menu bewegen, en zien dat er ‘iets’ gebeurt, hebben ze in de gaten dat de iconen klikbaar zijn.

    De namen die in beeld verschijnen als je over het menu beweegt met de muis, bijvoorbeeld Club, Connect, Blox, Microsites en VOD, bieden echter onvoldoende uitleg en nodigen niet uit tot klikken. Kinderen begrijpen hierdoor niet wat ze op deze website kunnen doen en vinden het dus al snel niet interessant meer.



  3. Kleine letters nodigen niet uit
    Veel kinderen hebben moeite met het taalgebruik op sommige websites. Ook de lange zinnen vallen niet in goede aarde. Omdat kinderen nog geen volleerde lezers zijn, nemen ze niet de moeite om lange teksten te lezen. Kinderen kunnen teksten beter lezen als de zinnen kort zijn en als er niet al te veel moeilijke woorden worden gebruikt.
    Kleine letters op Willemwever.nl.

    Veel kinder-sites maken gebruik van lettertypes die er leuk en flitsend uitzien, maar helaas soms moeilijk leesbaar zijn. Ook wordt op veel websites een (te) klein lettertype gebruikt. De leesvaardigheid van kinderen is nog niet dusdanig ontwikkeld dat ze met gemak kleine letters kunnen lezen. Het is verstandiger om op websites voor kinderen grotere letters en een duidelijk lettertype te gebruiken. Lange teksten in een klein lettertype nodigen niet uit om te gaan lezen.


  4. Achtstegroepers:
    ‘Kids’ is niet voor mijKinderen zijn zich heel erg bewust van hun leeftijd. Daarom bezoeken ze niet graag websites die – in hun ogen – te kinderlijk zijn. Een woord als ‘kids’ is voor basisschoolleerlingen uit groep 7 en 8 al onverteerbaar. Omgekeerd bezoeken ze juist wél veel websites die in principe bedoeld zijn voor volwassenen (zoals Hyves en Google) mits zulke sites maar niet al te veel tekst en moeilijke woorden bevatten, zoals de Wikipedia.
    Kinderen van 11 à 12 (groep 7 à 8) vinden zichzelf geen kids meer. Waarop moeten ze dan klikken? (http://www.kennisnet.nl/).


  5. Inlogproblemen ontmoedigen
    Kinderen vinden het niet prettig als ze zich op een website moeten aanmelden om – bijvoorbeeld – een spelletje te spelen. Eerst moeten ze toestemming vragen aan een ouder, die hen vervolgens moet helpen en dat duurt allemaal te lang. Maar sommige sites zijn volgens kinderen wel de moeite waard om er een account voor te maken, zoals Hyves.nl, Habbo.nl, Runescape.com en Neopets.nl.

    Vaak worden accounts voor deze websites met hulp van een ouder, vriendjes/vriendinnetjes of broers/zussen aangemaakt.
    Meestal lukt het kinderen simpelweg niet om zelf een account op een website aan te maken. Ze lopen meestal al vast bij het kiezen van een gebruikersnaam. Ze vullen vaak in eerste instantie hun eigen naam in, die dan al bezet blijkt te zijn.

    Of ze gebruiken spaties in hun eigen naam (ze willen dan bijvoorbeeld ‘voornaam achternaam’ opgeven als gebruikersnaam). Dat dit niet mag, vinden kinderen onbegrijpelijk. De Sketchmaker/Sketchmixer van Het Klokhuis is een goed voorbeeld van hoe je kinderen kunt uitnodigen om een account aan te maken. Met de Sketchmaker maak je eerst een eigen sketch, met in de hoofdrol de Klokhuis-personages. Pas aan het einde van het creatieve proces wordt de kinderen gevraagd in te loggen of aan te melden als zij hun sketch willen opslaan. Op deze manier kunnen kinderen ongestoord aan de slag. En als zij tevreden zijn over het eindresultaat, is het ook aantrekkelijker en de moeite waard om een account aan te maken.


Tot slot
De populairste site site is eveneens de site die als het meest gebruikersvriendelijk wordt ervaren: http://www.spele.nl/, hoe saai en eenvoudig deze er misschien ook uitziet. Zo’n 85 procent van alle kinderen tussen 8 en 12 jaar bezoekt deze spelletjesportal. De website is makkelijk te bereiken en en binnen twee of drie keer klikken spelen ze een spelletje. Ook kunnen ze eenvoudig en met weinig klikken wisselen tussen spelen. En laat Spele.nl nou net een site zijn die reclame en redactie mengt en kinderen op het verkeerde been zet.

Een goede kindersite (check de criteria van de http://www.goudenapenstaart.nl/) is dus niet alleen een aantrekkelijke en gebruikersvriendelijke maar ook een betróuwbare site. Idee voor een volgend onderzoek van Mijn Kind Online: hoe betrouwbaar zijn spelletjessites voor kinderen?

Wilt u het volledige rapport ‘Klik en Klaar – Een onderzoek naar surfgedrag en usability bij kinderen’ ontvangen, stuur dan een mail naar remco.pijpers@mijnkindonline.nl. In het rapport, dat gratis is, staan ook aanbevelingen voor sitemakers en opvoeders.